Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

altoos wijs en goedertieren; uw ziel wordt behouden, al waart gij een eenige Lot in het midden van kinderen Sodoms. Al was het... maar waar vind ik het einde der zaligheden gewaarborgd in die belofte des Heeren: niet een haar van uw hoofd zal verloren gaan? Ik kan slechts enkele wenken u geven; denkt er zeiven verder over na. Ik wil niet trachten den Oceaan leeg te dragen; 'k laat u alleen zijn frissche wateren zien, en bied u eenige droppelen aan. Smaakt ze, en gij zult getuigen dat de discipelen van Jezus onder alles een gelukkig volk moeten heeten.

NIET EEN HAAR VAN UW HOOFD ZAL VERLOREN GAAN. Die belofte is gewis. Welk een voorregt dit te weten ! Evenwel, niet genoeg is het ze te weten; zij moet worden geloofd!\ Elk oo^enblik moeten wij ons als bij vernieuwing er aan vastklemmen; Jezus, 't zij met eerbied gezegd, vatten op Zijn eigen Woord. Zijt gij niet geloovig met de beloften Gods werkzaam, dan ondervindt gij niet hare kracht. ' Dan kunt gij, al zijt gij een kind van God, gedurig als een riet ginds en her wordeu bewogen, en, bij gemis van troost, met droevig geween gebogen gaan onder het leed. Dan bedroeft gij ook den dierbaren Heiland, zoo mild in het beloven. Onthoudt dit, gij bekommerde harten, die Jezus wilt dienen, van geen anderen Heiland wilt hooren, en toch zoo dikwerf angstig vreest, zoo weinig juicht; zoo gedurig door allerlei zaken en zorgen u van het zien op Jezus, beloften afwenden laat, en zoo zelden den verachter van Gods Woord noopt te erkennen: hoe gelukkig is dat volk dat God wil dienen naar Zijn Woord. Bedenkt dat de Heere de vervulling Zijner beloften geeft niet in door u verkozen wegen, maar in Zijn weg; niet op 't ongeloovig klagen, maar op het geloovig omhelzen. Vergeten wij het nimmer dat er voor 's Heeren volk alles aan gelegen is steeds in waarheid die belofte te gelooven. In dat geloof zullen zij onder alles wat dreigt of treft moedig zijn als Gideon's bede. Moedig in den strijd tegen wereld en duivel en zonde, ook al dreige hun daarom schade, jammer en dood. Die zekerheid onder alles in de levensgeschiedenis der discipelen kunt gij duidelijk zien wat zij vermag en doet vermogen. Gelooven wij van harte, dan beoefenen wij ook de vermaning- die de Heiland hierop laat volgen: Bezit uwe zielen in lijdzaamheid. Uw oog dan op die beloften, gij allen die God vreest, bindt ze op uw hart. Dan zal uwe ziel zich verlustigen in den God uws heils, en gij zult niet vreezen, wat ook het nieuwe jaar u aanschouwen of ondervinden doe; zaligheid zult gij genieten, en u in godzaligheid oefenen. Dan zult gij woekeren met-de uren uws levens voor God en den naasten; en

Sluiten