Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOOE WOOHJ).

Heeft het mij eene traan van beschaamdheid, een zucht Tan onwaardigheid, een blozenden blik van traagheid gekost, mogt bet u tot zegen zijn! Ach, de Kain's geest, | »Ben ik mijns broeders ho(derI" de Achab's geest, "beroerder Israèls I" heeft magerheid en donkerheid op de ziel geworpen.

Doch, mogt de doorsnijdende taal van den schipper u | doen ontwaken uit de «Jaap der dwaling, toen h^iöna | toeriep: Wat is u, gij hard slapende, sta op, roep tot uwen (Jod!

Zoo spreekt do waardige en broeder- en inWtschnevende Bunjan nog na Zijnen dood treffend; en majistiett» 1 bazuilit hij den raad des Hèeren om deh zegen aan de ] regtvaardigen, maar de vloek aan de goddeloozen aan te kondigen. Kan het treffend voorbeeld van Lot, het onderscheid, de krachtige uitdrukking van het jagen en de éBTWtóhilllghëd omtrent zijn' achter gettrtene vrouw (een WOtpilaar) u niet bewegen, ik b d u lees dan deze vermaning ten besMriug niet, op dat het u in het oordeel | niet bezware. Doch nfeeti, leg hét feoekske niet ter zijde, maar zie op Lot»hoe hij zich haast naar de stAÉttptaaW; |

Gaat op reis, die nog niet op reis is, en zet Wé* föèt I öp den hemelweg, op dat gij met de reizigers, « «*d» I vooruit, het teeder vaarwel van Bunjan moogt geöie»»* I én eenmaal daar boven het welkom der engelen ... Dit * wordt ü van den vertaler toegebeden.

Sluiten