Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo loopt, dat gij dien mogt verkrijgen 1 Cor. XI. 24.

I)e hemel en de gelukzaligheid wordt door ieder begeerd, gelijk de goddelooze Bi Ham zeide: aMijn ziele sterve den dood des opregten, en mijn uiterste irij -gelijk het fijne." Num. XXIII. 10. Nogtans zijn fer weinigen, die de verlangde begeerte verkrijgen, daar [zelfs vele uitstekende belijders, terug blijven van den iwelkomstgroet van God in de plaats der heerlijkheid. L .5e ,APostel ««breef dezen brief, omdat hij de zaligïheid der Corintische gemeente begeerde; gaf in deze {woorden znlken raad, dat, zoo zij denzelven namen liet hun goed zou doen in hunne behoefte. Ten ierafe: met zoo goddeloos te zijn, om stil te zitten, jen den hemel te verlangen, zonder naar denzelven té jagen. Ten tweede: niet met zich zeiven tevreden te zijn, met 'eder soort van loopen, maar hij zegt: „loopt |p dat gij dien mogt verkrijgen;" als of hij zeide: enkele willen hunne ziel niet verliezen, beginnen somtijds te loopen, hard te loopen, geduldig te loopen, Ytv t« t en..den regten weg te loopen. Matth. Atv. 26. Loopt gij zoo? sommigen loopen van vadêh-

1

Sluiten