Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I de loopbaan, die ons is voorgesteld. en laat ons

|loopen, zegt hij, daarom loop ik niet als in het I onzekere; zoo loopt! enz.

II. De wooeden loopen geopend.

Ten eerste. «Vlugten!" Dit is loopen niet als een Igewoon loopen, maai* dit wordt door het snelle loopen , in het zesde kapittel van de Hebreën een vlug>ten genaamd, opdat wij eene sterke vertroosting zou|den ontvangen. Wij vlugten voor beveiliging van |de hoop, die ons is voorgesteld. Let wel, vlugten is genomen uit het XX.- kapittel van Jozua, beHrekkelijk den man , die naar de vrijstad vlugtte, toen de bloed wreker hem vervolgde, om wraak, te ne[;mcn over de beleediging hem aangedaan. Daarom is het een loopen of vlugten om iemands behoud. Ik loop met al mijn magt, dit is de meening der woorden.

Ten tweede. »Jagen." Dit loopen is op eene andere, blaats een jagen genaamd. Ik jage naar het wit. Phil. III. 14, hetwelk beteekent, dat die ten hemel willen Kaan, niet moeten stuiten op eenige moeijelijkheden, f^elke zij ontmoeten; maar jagen, dringen en duwen door alles, wat tusschen den hemel en hunne ziel fctaat. Zoo loopt!

; Ten derde. «Voortgaande." Dit loopen wordt in pene andere plaats een voortgaan op den weg desleIrens genaamd. Indien gij maar in 't geloof gefon|deerd en vast blijft, en niet beweegd wordt van de *ope des Evangelies van Christus, Col. I. 23. Niet een weinig te loopen, nu en dan ; door met vlagen |f halfweg of wat verder uit te rusten, maarte looien om het leven; te loopen door alle moeijèlijkheden

Sluiten