Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel gij veel tegenstand op uwe reis zult ontmoeten. Diegenen, welke ten hemel willen gaan, zal de Satan, indien hij hen niet door vleijerij kan winnen, \zoeken te ontmoedigen; zeggende: »gij zijt een zondaar, gij hebt de wet van God overtreden; gij zijt geene uitverkorene, gij komt te laat; de dag der genade is voorbij ; God bekommert zich niet over u, tuw hart is onbuigzaam;, gij zijt lui," en honderd .-andere ontmoedigende aanvallen. Da vid zeide: „zoo ik niet had geloofd, dat de weldadigheden des Heeren mij volgden, ik was vergaan"; Psalm XX.VII. 13 ;en 14, als of hij wilde zeggen: »De duivel woedde in mijn hart, en mijn hart was vernederd; en naar mijn eigen gevoel geoordeeld, ik ware zekerlijk bezweken, maar ik vertrouwde op Christus en zijne belofte, en zag naar zijne belofte, dat God zoo goed was om mij genadig te zijn, en te behoeden voor bezwijken." Zoo moet gij met den satan, de wet en uw eigen, geweten handelen; vermijdt hen, om niet ontmoedigd te worden; noch door de grootheid uwer ponde, noch door de boosheid uws harten, noch [door de bedreigingen der wet, of door de lust van Iritwendige voorspoed, noch door de haat der wereld of iets dergelijks. Gij moet u zeiven bemoedigen, 'met de vrijheid der belofte, deteederheid van Chris|us, de verdienste zijns bloeds, de vrijheid der uitpoodiging, de grootheid der zonden, die aan anderen ■ergeven is; gij moet u bemoedigen omdat dezelfde Bod, door denzelfden Christus, dezelfde vrije genade |s> —als van eeuwigheid. Zoo dit uwe overdenkingen niet zijn, zult gij bezwaarlijk op den weg naar den »emel vorderen. Zoo gij niet alles verlaat, en afbreekt, é&t u in het vervolg kan verhinderen, gij komt er

2

Sluiten