Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet. Daarom geeft acht op uwe reis, en zegt tot hen, die u op reis zoeken te verwarren: »verblijd u niet over mij, mijne vijandinne! als ik gevallen ben, zal ik weder opstaan; als ik in duisternis zal gezeten zijn, > zal de Heere mij een licht zijn/' Micha "VII. 8.

Be achtste besturing. Draagt zorg, dat gij u niet verzet tegen het kruis, waaronder gij heen moet, eer gij in den hemel komt. Gij weet, dat ik reeds gezegd heb, dat gij door het kruis ten hemel moet gaan. Het kruis is de handwijzer op den weg tot de heer— rijkheid leidende; wij moeten door vele verdrukkingen het koningrijk Gods ingaan. Hand. XIV, 22. Ja allen, die godzalig willen leven, zullen vervolgd worden. 2 Tim. III, 12. Zoo gij op den weg naar het koningrijk zijt, verpand ik er mijn leven bij, als gij geen kruis krijgt. De Heere verhoede het, dat gij er van schrikt^ en dadelijk terugkeert. »Zoo iemand achter mij wil komen , die neme mijn kruis op en volge mijzegt Christus. Luk. IX. 23. Het kruis staat, en heeft gestaan van het begin des wegs, als een merkteeken naar het koningrijk der Hemelen. Gij weet, wanneer deze of gene u naar den weg vraagt, gij, om des te beter den weg te wijzen, hem bepaalt bij een poort, hek, bosch, boom, brug of iets dergelijks. Ook zoo is het hier! Wel, zoekt gij den weg naar het' koningrijk der Hemelen? Ik zeg u, dat Christus de weg is, welke gij moet betreden in zijne geregtigheid , om geregtvaardigd te worden. Indien gij in' Hem zijt, zult gij terstond het kruis zien; gij moet u digt daarbij begeven, gij moet het gevoelen, neen! gij moet het opnemen; of gij zult spoedig buiten den weg zijn, die ten hemel leidt; en gevoerd worden op dwaalpaden, die u de binnenkameren des doods doen betreden.

Sluiten