Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXVT, 26. Maar het nabij was als of hij nimmer . goed was geweest; hij stapt vrolijk, maar hij stapt kort, hij. was er heet van, hij was «spoedig buiten adem. O, het was maar nabij!" Ik zeg u, dat dit nabij, uwe ziel doet verloren gaan. M'j dttnkt, ik zie eenige van deze arme ellendelingen, die, nabij e 'hem;.l, hoe vrolijk ook, nu zich pijnigen in de hel, tzeggende: »Ik was bijna een Christen! Ik was bijna in het koningrijk der hemelen! bijna uit de klaauwen des satans! bijna uit mijne- zonden! bijna uit de vloek van God! bijnjf — en dat was alles. O! bijna ten hemel te gaan en niet te kunnen, vrienden! het ié bedroevend,-—stil . te zitten voor gij in den hemel zi.lt, in de plaats der ruste. Indien dit zoo is,betf ik verzekerd, dat , als-gij niet zoo loopt, gij den hemel verkrijgt. •

Derde gebruik. Wat zal er van hem worden, die «enigen tijd te post geloopen heeft, als of het scbèimy om anderen vooruit te halen en nu terug»leöpt* Denkt gij, dat hij daar zal aankomen? Wat! weder terug te loopen, terug tot de zonde, de wereld» en den duivetjiwiig tot deinst des vleesches? O! bet' had beter geweest, nimmer den weg der geregtigheid gekend te hebben , dan dat zij die gekend hebbende weder afkeeren van het heilig gebod, 2 Petr. II. 22. Deze zullen om hunne zonden niet alleen verdoemd worden, maar belijden tevens, dat de zonde beter is dan Christus; want die genen, welke terug loopen doen zoo goed, als of zij zeiden: »Ik heb Christus en de zonde beproefd ! — Ik vind zoo veel voordeel niet in Christus dan in de zonde!"

Dit berijden zij, door terug te keeren. O, hoe betreurenswaardigs! Welk eene" verdoemenis zullen zij

Sluiten