Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen u getuigen; weet ge wel dat gij veel erger zij*, dan een Heiden; want die dienen nog dien God dien zij kennen, maar gij, onder zoo een licht van het Evangelium te leven, en God niet te kennen, noch te dienen, wel uw staat is zeer beklagelijk, en ik heb medelijdea met u, ach! dat gij daar eens van overtuigd werd, en dat het u in 't eenzame voor den Heere bragt; legt u eens voor God neder en zegt: Heere! zoo onwetende ben ik, ik ken nog de eerste waarheden niet, leer Gij mij door uwen Geest, 'onderwijs G ij m ij; ga zoo tot den Heere; wel, zult gij behouden worden, zoo moet gij immers weten dat gij ellendig zijt en dat er een Heere Jezus is en dat gij Hem van nooden hebt om zalig te worden; wel laat u dit bewegen ; de Apostel zegt, dat God met vlammend vuur wrake zal doen, over diegenen die Hem niet kennen; het is als of er stond, dat God de allergrootste gramschap en toorn zou bewijzen aan die Hem niet kennen' denk dat dit van een stervende mond tot u gezegd is, dat dit woord ook eens tegen u zal getuigen in den dag des oordeels, en schrei hierover nu niet bij mij alleen, maar laten uwe tranen in 't eenzame voor God zijn."

XVII. Op die wijze sprak zij alle onbekeerden en onwetenden aan, en vermaande hen zeer om toch nooit naar bed te gaan, of des morgens aan hun werk te gaan, zonder alvorens hun knieën voor God te buigen en den Heere te bidden, zij vermaande hen ook om toch naarstig Gods Woord te hooren en te onderzoeken eri den Godsdienst waar te nemen, want daar, zeide zij, heeft God mij eerst overtuigd en zijnen Geest gegeven.

Sluiten