Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veel aan haar zou doen, dat zij boven andt-ren van Gods kint'eren met blijdschap moge henengaan en bet gebruik ïan haar verstand hebben als zij nu ondervond.

XL1V. Zy was ze< r dankbaar in de erkentenis van Gods goede tie: erheid in alle opzichten aan haar bewezen, en zeer gemoedigd om den dood onder de oogen te zien, zoodat zij dit versje van Lodenstein uitboezemdé:

Want ii den dood, den bangsten nood, Is Godes Zoon het levtn,

Het leven, het leven, Wij sttken 't hoofd ter kerke uit. Om boven 't zwerk te zweven.

Ook herhaalde zij dat versje:

Met U leven ik, met U zweven ik, Jezus, door het goed en kwaad,

Met U sterve ik, met U erve ik, Wat bij U te wachten staat.

En dien tekst uit Psalm 23 : 4. Al ging ik ook in een dal der schaduwe des doods, ik zou geen kwaad vreezen, want Gij zijt met mij, uw stok en uw staf vertroosten mij. En uit Ps. 84 : 7. Als zij door het dal der moerbezieboomen doorgaan, stellen zij Hem tot een Fonteine, ook aal de regen haar gansch rijkelijk overdekken. Zij was blijde dat God haar ooit verwaardigd had H em tot haar deel te verkiezen en verzocht dat' men haar voorzeggen zou, dat versje uit een van Ds. van Houten's Liederen, dat zij te voren al dikwijls gezegd had:

Sluiten