Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

want s'y ]ag gedurig met haar oogen uitgesti ekt naar den Hernel, niet hare beide armen uitgebreid van verlangen, haar rechterhand hief zij gedurig naar bovjn, en zeide: „Ziedaar, Heere Jezus! mijne rechterhand, vat mij bij dezelve, geleid mij tot den Troon, breng mij over den dood, ach'! ik kan hier niet langer leven, mijn hart vliegt als uit mijn*lijf, van verlangen om bij U te zijn.;'

Hoag, omhoog, mijn ziel, naar. boven.

Hier beneden is het niét, 't Rechte leven, lieven, loven,

Is maar daar men Jezus ziet.

„Ach, Heere Jezus! kom toch, stel het toch niet langer uit, ik schrei van verlangen; weg, wereld! weg zonde! hier in dit nieuwe Jeruzalem, komt niet dat onrein is, zou ik dat heilige willen verontreinigen? o neen! de zonde zal voor eeuwig buiten blijven, .geloof en hoop zullen mij geleiden tot aan de poort van den Hemel, maar dan zullen ze voor eeuwig van mij scheiden, daar zal de liefde volmaakt zijn, dar zal het aanschouwen wezén; o, mijn lieve Jezus! mijn ^ielevriénd! mijn volle Jezus! mijn Bruidegom! ach, kom to h om mij over te brengen in uwe zalige gemeenschap, maar behaagt, het u het nog wat uit te stellen, ik wil mij aan U onderwerpen, zou ik mijn Vader ongehoorzaam zijn ? o neen!"

XLVIII. Nadat zij dus eenigen tijd was ' werkzaam geweest in veel verlangen zweeg zy voor een korten tijd, maar begon toen weder opnieuw te spreken; en het was alsof zij toen van den Heere Jezus werd bij de hand genomen;

Sluiten