Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en in de heerlijkheid binnen gebracht, toen zeide ze: „daar komen ze, daar komen ze; daar is mijn Bruidegom, ik zie de Hemelen geopend en Jezus staat aan de rechterhand Gods, nu ben ik in den Hemel, maar ik weet nog niet wat mijn werk is, ik zal het aan den Heere Jezus vragen en vragen Hem ook, waar dat Hij mijne plaats bere:d heeft." J J

XLIX. Toen hoorde men haar, alsof ze tot den Heere J ezus sprak, zeggen :HeereJezus' zie, nu ben ik voor den Troon, leer mij het Hemelsch lied; en toen begon zij al rijmende te zeggen, hetgene maar met weinig woorden, en zeer afgebroken heeft kunnen aangetekend worden, zoo vanwege de vaardigheid van haar spreken, als ook wegens de hooge uitdrukkingen, die bijna onverstaanbaar waren, daar echter dit weinige nog van is aangeteekend, als een staaltje en hetgeen tot verwondering dient, is, dat ze nooit in haar gezondheid heeft ikimnen rijmen, waarom hetzelve hier (schoon zeer weinig bij hetgene zij gezegd heeft) is bijgevoegd, en waar uit blijkt dat ze van den Heegeleerd werd, die de longen der stamelenden doet spreken dewijl zij dat nooit in hare gezondheid had kunnen doen. En het scheen als ot ze reeds in den Hemel was binnen gebracht men hoorde haar het volgende zeggen:

Die Jezus nimmer dient, die mag ook hier niet

komen,

De plaats is al te schoon, zij is maar voor de vromen,

God zelf door Zijnen Geest moet 't harte daartoe - trekken,

En die dat ondervind, dat kan hem dan opwekken.

Sluiten