Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In 't Koninkrijke Gods kunt gij niet binnen gaan. Tenzij gil deze weg hier nog in wilde slaan. — Is dat het niet geweest, ^vaardoor Gij my kwaamt

trekken, .. , .

En daar ik lag als dood, om my door op te

wekken, , ..

Hebt gij toen niet het eerst my aan mij zelf ontdekt En hebt gij tot uw dienst mijn hart met opgewekt? Maar als Gij mij dèedt zien mijn zonden en

ellenden .. . . , ■

Zoo was ik radeloos en wist my niet te wenden, Ik vond mij gansch ontbloot, met zonde en

schuld belaan, Waaïdoor ik werd belet om naar U toe te gaan Toen ik mij zoo bevond dorst ik naar u niet

Uit vrïïz^'dat ik niet zou worden aangenomen. Tot op dien tijd, dat ik, door uwen knecht verDat SGij 'ook mij aanbood de goederen van

't verbond, , Toen heb ik mij vol schuld ook aan U opgedragen Hoewel ik niets en had, hetgeen U kon behagen, Ik lag mij arm ontbloot voor uwe voeten neer, En koos U Jezus lief! tot Koning en tot Heer | Was of Gij tot mij zeide: „komt maar tot

Mij geloopen, . Al hebt gij niet met al, hier is om niet te koopen, AÏ wat u'clanontbreekt, dat kome,ikx.aan | en , Ik heb een medicijn Voor al die tot my v ïen. Ik blijf ook die getrouw, die zich maar totmij

MijnllgemTegzaamheid, heeft geen begin of ende."

Waarop zij den Heere Jezus weder antwoorJ.de:

Sluiten