Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stap' dien overstap! daarop zeide die man tot haar och de Heer zal den weg wel voor U bereiden, de Heer zal U wel helpen en nog een en andere woorden om haar te troosten waarom zij eenige oogenblikken daarna zeide: O! nu voel ik dat mijne borst ruim •werd, nu zal ik spreken en ving toen aan met een kalm'gelaat en eene stem, die in hare gezonde dagen nooit helderder was, met spreken en den Heer te loven O' lieve Jezus, wat zijt gij goed, O! lieve God, wat zijt gij goed. O! lieve Vader, wat zijt gij goed. O! dood kom nu maar. O! lieve Heer Jezus kom, kom nu Heere Jezus, weg wereld en bij deze uitroep sloe" zij met hare hand alsof zij de wereld met alle hare begeerlijkheid den doodslag toebragt en dan was het weder, kom lieve Heere Jezus.

Ook zeide zij ; nu zal ik nevens Keesje zitten, ook zal ik nu aan de regterhand van den Heere Jezus Staan Deze twee uitdrukkingen sloegen op twee droomen die zij eenigen tijd te voren gedroomd had, welke wij TJ ook willen mededeelen.

Eens droomde zij dat zij in eene kerk was; doch wist niet in welke kerk zij was, of welke Leeraar er was, doch dit wist zij, dat de Leeraar en alle de vromen die daar tegenwoordig waren uitsluitend alleen voor haar baden, waardoor zij wegsmolt in aandoeningen en tranen en daarop wakker werd, en nu, in die kerk zat zij nevens het vroome Keesje van Oostende.

De andere droom was, dat zij bij hare buurvrouw zijnde met nog eene vrouw, er een Heer voorbij de Mazen ging in 't wit gekleed zijnde, deze Heer was de Heer Jezus, welke, ook in huis komende vroeg of daar geene kinderen waren, waarop hare buur-

Sluiten