Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden afgetrokken en liet daarop volgen, al wat de Heer doet, is goed, wil hij mij weg nemen liever van daag als morgen, doch al wat de Heer doetjs goed.

Des avonds kwamen vele vrienden en geburen bij haar, die, doordien ze meest allen voor haar bed stonden haar zeer benaauwden, doch sprak er niet over voor dat ze weg waren, hetgeen weder een bewijs was van hare lijdzaamheid.

Des nachts tusschen Zondag en Maandag had zij eene tamelijke nacht, waarin zij nog al eemge rust, en nog al dikwijls eenige ruimte op hare borst genoot, en dan zeide ze dikwijls o! wat is de Heer goed en goeddoende. Ook zeide zij op eene daartoe aanleg -dinl gevende vraag: och wat zou ik arm en ellendig wormpje daaraan kunnen toebrengen, o neen, de lieer heeft het alles gedaan. ..

Eens vroeg zij om een weinig eten hetgeen wij haar gaven, en onder welks gebruik zij dikwijls zeide o wat verkwikt mij dat en voegde er dan altijd bij. o! wat is de Heer goed.

Eens vrbeg men haar, of de vijanden niet op haar af kwamen? hierop zeide zij: o neen, die liggen aan banden, ik leg zoo gerust en stil, ik wacht maar wat

de rleer aoen zaï, w±i mj jww-jt ° liever van daag als morgen, wil hij mij nog wat laWn liet is aoed: al wat de Heer doet is goed.

Toen men tot haar zeide, nu zullen er wel vroome vrienden bij U komen om met U te spreken, zeide zii- och ik heb geene krachten en toen men daarop zeide; wie heeft ze ü' gepasseerde morgen gegeven antwóorde zij, o ja, en toen men daarop wederom zeide de Heere zal u wel zooveel te spreken geven, als gij tot zijne verheerlijkmg noodig zult hebben, beantwoordde zij dat met een vroolijken blik, en het

Sluiten