Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mt' roepen, ik kan niet meer bidden Heere, ja koiity, toch haastelijk.

Toen verzocht zii ons om maar voor haar t,n 1 a7pn

en men las haar voor uit den 68sten psalm het 10de vers, den 103den psalm en den llöden psalm de laatste geheel en men merkte aan haar, dat zij in den laatsten een bijzonder genoegen had.

-Daarna nam zij afscheid met aan elk een kus te geven. Eerst riep zij haren vader en hare moeder, toen haar broertje, daarna haar oom en vervolgens allen die tegenwoordig waren. Haar vader vroeg dlarna nog eens of zij niet meer vreesde, waarop zij antwoordde: o neen, die het begonnen heeft zal het wel voleinden. Zij had ook reeds hare ouders bedankt voor het goede en de onderrichting die zij van hen geV»ten had» daarna riep zij nog eens, och Heere Jezus m>m toch haastiglijk. En nu was de tijd daar, die Be Heer voor haar bepaald had; want een weinig daar |na, zeide zij tot haren vader, leg mij nu nog eens om met mijn gezicht naar de kamer want nu is mijn pijn weg en mijne borst is ruim, alsof zij zeggen wilde, dan kunt gij alle getuigen zijn, hoe zacht ik in Imijn Vaders woningen, waar mijn lieve Heere Jezus een plaats voor mij bereid heeft, zal ingaan.

En wij mochten dan ook getuigen zijn, hoe zacht en zalig zij dan ook binnen den tijd van een kwartier of klein half uurtje in den Heer ontsliep en naar haar 's Vaders woning henenging.

Mijn kind dat steeg naar boven,

Om eeuwig hem te loven.

h °m eeuwig o! ik buk.

Moest ik een schepsel teelen Om 't eeuwig te zien deelen In eindeloos geluk. >

Sluiten