Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. V. Wat is er van noode tot het Vormsel? A. Dat men gedoopt zy, en gezuiverd van alle doodelyke zonden.

4. V. Hoe dikwyls mag men gevormd worden?

A. Niet meer dan eens in het leven, om het mcrkteeken dat het in dc ziel print.

5. V. Waermede bestrykt de Bisschop het voorhoofd in het Vormsel? j

A. Met Olie gemengeld met Balsem, cn van den. Bisschop daertoe gewyd.

6. V. Wat verkrijgen wy door het Vormsel?

A. De gratie Gods om het Geloof vastelyk te belyden.

7. V. tVaertoe dient de doek dien men ons voorbindt? A. Tot eerbiedigheid voor de heilige Olie, en ook om

indachtig te wezen dat wy voor Christus en het Geloof veel moeien verdragen.

8. V. Waerom geeft men ons in het Doopsel en in het Vormsel namen van HeMgOl$>s$;

A. Opdat wy die zouden leeren navolgen, en van dezelve als onze Palroonen geholpen mogen worden.

DE TWEE-EN-DERTIGSTE LES.

VAN HET U. SAKRAMENT DES AUTAERS.

1. V. Wat is het H. Sakrament des Autaers?

A. Een Sakrament van Christus onzen Zaligmaker ingesteld , in hetwelk, onder de gedaenten van brood cn wyn, Hy zelf tegenwoordig is.

2. V. Tot wat einde heeft Christus het H. Sakrament des Autaers ingestdéV-

A. Ten eerste, opdat het ons zoude wezen eene gedachtenis van zyne liefde en zyn heilig lyden; ten

Sluiten