Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij de regeling van de opvoeding en het onderwijs niet uit het oog mag verliezen, maar dit neemt toch, dunkt mij, niet weg, dat de hoofdbeginselen der paedagogie overal dezelfde zijn, en in elk wetsontwerp op het onderwijs, in welk land ook, die grondslagen moeten worden gelegd, die het wetenschappelijk onderzoek als waar en doelmatig heeft aangewezen. De plaatselijke omstandigheden kunnen slechts invloed hebben op de bijzaken, en wanneer men nu ziet, dat men in alle vragen van stofielijken aard overal van hetzelfde beginsel uitgaat, dan kan het wel niet anders, of de vergelijking van de verschillende inrichtingen van onderwijs in de verschillende landen moet een der eerste vereischten zijn, en die vergelijking kan van onbegrijpelijk veel nut zijn bij de toelichting van twijfelachtige punten.

En dit is vooral het geval bij het hooger onderwijs; bij het lager en middelbaar onderwijs is men meer gebonden aan de eischen der omgeving, maar bij het onderwijs op de gymnasiën en de academiën zijn de eischen overal vrij wel dezelfde.

Uit dit oogpunt wensch ik het wetsontwerp op het hooger onderwijs ter sprake te brengen, op het voor en tegen daarvan te wijzen, en het doel, dat men zich voorstelt, te vergelijken met die regeling welke inzonderheid in Duitschland is aangenomen.

Ik zal mijn arbeid ruim beloond achten, wanneer het mij gelukt in Holland eenige sympathie te verwerven voor mijne beschouwingen, en mijne woorden niet zonder invloed blijven op de beraadslagingen van de Wetgevende Vergadering.

Weenen, Oct. 69.

B.

Sluiten