Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scholen ten nutte gemaakt wat de ervaring in andere landen aan de hand gaf en zal men bij de hervorming van de gymnasiën blind zijn voor het goede dat elders is ingevoerd ? Ronduit gezegd, de wetsontwerpen op het hooger onderwijs verraden naar mijne overtuiging wel zeer sterk de hand van den administratieven ambtenaar, maar weinig die van den man , die gezegd kan worden op de hoogte te zijn van het onderwijs.

Een nadere beschouwing van de wetsontwerpen zal ons spoedig daarvan het bewijs leveren. De wet op het hooger onderwijs bevat de regeling èn van de gymnasiën èn van de academiën. Beschouwen wij eerst de gymnasiën.

Het wetsontwerp onderscheidt deze in gymnasiën en progymnasiën. Het verschil bestaat niet alleen in den langeren duur van den cursus op de gymnasiën, maar ook in het grooter aantal en de meerdere uitgebreidheid der leervakken. Het ontwerp-Fock bepaalt, dat van Staatswege tien gymnasiën en vier progymnasiën in de voornaamste steden zullen worden opgericht, terwijl volgens het ontwerp-Heemskerk in elke plaats van 20000 zielen de gemeente voor de oprichting van een gymnasium zal zorgdragen, Dit is alleen een financieële quaestie; of de gemeente of de Staat de middelen verschaft voor het onderwijs, dat moeten de Nederlanders zelf weten; den onderwijzer is het tamelijk onverschillig, of de school door den Staat of door de gemeente bekostigd wordt wanneer dit maar zoo geschiedt, dat er in de behoeften van het onderwijs behoorlijk wordt voorzien. Is de algemeene ontwikkeling van een land van dien aard, dat men overal het hooge gewicht van het onderwijs begrijpt, dan kan men de oprichting en het onderhoud der scholen gerust aan de gemeenten overlaten; in dat geval zal er altijd wel zooveel humaniteit bestaan, dat men het benoodigde voor een goede inrichting van het onderwijs niet behoeft af te bedelen. Gaan wij evenwel met de werkelijkheid te rade, dan verdient het ontwerp-Fock de voorkeur, te meer omdat met de wetten op het lager en middelbaar onderwijs van 4857 en 1863 de gemeenten zich reeds vrij aanzienlijke opofferingen moeten getroosten. Hoe toch zal men het met elkander overeenbrengen, dat de Staat vijftien hoogere burgerscholen

Sluiten