Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

paalde fout is. Het eene leervak Is natuurlijk van Veel meer gewicht dan het andere; sommige kunnen geheel gémist worden, omdat zij ónnoodig tijd rooven voor méér belangrijke en noodzafcelijlke onderwérpen en daardoor dè waarde van het orid'érwgs zeer verminderen. Non ntulta sed mullüm is een oud maar altijd waar spreekwoord in de paedagogië. Waartoe dient b. v. het onderwijs ih de Grieksche en Latijnsche antiquiteiten? Neem het eerste het beste boek, dat over deze onderwerpen handelt, én men zal moeten bekennen, dat een groot gedeelte voor de leerlingen geheel overbodig is. Wat zij van dit onderwerp weten moeten , kan hun wórden meegedëeld bij het behandelen van de geschiedenis en bij de verklaring Van Sómmige plaatsen van de classieke schrijvers. Meer heeft de leerling niet noodig. Vroeger kwam het onderwijs in de Grieksche en Romeinsche oudheden op de lessen van de meeste gymnasiën voor; thans is het overal afgeschaft , en terecht. Men ga de lessen na, die gegeven worden op de scholen in Duitschlahd, die het minst met den geest van onzen tijd zijn meegegaan en waar de classieke letteren het hoofddoel zijn van het onderwijs, nergens zal men dit leervak aantreffen, en zoover Wy weten, is er geen enkele reden j waarom in Holland op de gymnasiën een vak zou worden onderwezen, dat geheel op de academie te huis behoort en dat alleen zijn nut kan hebben, wanneer men het in zijn geheelen omvang beoefent, zooals dat het geval is bij hen, die zich meer bepaald op de studie van de classieken toeleggen. De handboeken voor de geschiedenis uit den laatsten tijd, die ook in Holland gebruikt worden, behandelen de antiquiteiten uitvoerig genoeg voor de leerlingen op de gymnasiën.

Nog minder kunnen wij ons begrijpen, hoe men er toe gekomen is om de uiterlijke welsprekendheid onder de leervakken op te nemen. De school is niet bestemd redenaars te vormen, en moet zich voor alles wachten in navolging van de handboeken over de uiterlijke welsprekendheid Ciceroniaansche en Demostheniaansche rederijkers aan te kweeken. Men kan volstaan met bij de lezing van de classieken en het onderwijs in de moderne talen, van tijd tot tijd op de schoonheid eener plaats te wijzen.

Sluiten