Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewennen moet om het gelezene en gehoorde met zijn eigen woorden weer te geven, en al naarmate hij vorderingen maakt, moeten hem hoogere eischen gesteld worden. De uren voor deze oefeningen blijven geheel aan de keuze van den leeraar overgelaten; hij vlechte ze als 't ware tusschen het onderwijs in de moedertaal in; uiterlijke welsprekendheid als leervak met bepaalde uren is nooit goed te keuren, i

Niet minder verklaren wij ons tegen de opneming van de gronden van de gemeente, provinciale en staatsinrichting en de beginselen der staathuishoudkunde als afzonderlijke leervakken. Al wat een leerüng van een gymnasium van de constitutie en het bestuur van den Staat moet weten, kan hem gevoegelijk worden meegedeeld bij het onderwijs in de aardrijkskunde. In Oostenrijk besteedt men een half jaar aan de aardrijkskunde, bepaald van Oostenrijk, onder den naam van vaderlandsche aardrijkskunde, en men vindt hierbij gelegenheid genoeg om een overzicht te geven van de staatsinrichtingen; neemt men dit op onder een bepaald leervak, dan loopt men gevaar, dat de leeraar die met dit onderwijs belast is, te ver zal gaan met de leerlingen en zich bezig houden met een studie, die volstrekt niet op de school thuis hoort. De docent, belast met hetonderwgs in de geschiedenis, komt dikwijls in de gelegenheid om te spreken over de constitutie van zijn vaderland, ja, ik kan mij geen goed denkbeeld vormen van een leeraar, die bij de tegenwoordige opvatting van de historische wetenschappen, dit onderwerp in het geheel niet ter sprake zou brengen.

En wat zal ik zeggen van de staathuishoudkunde, zij 't dan ook slechts de beginselen? Behoort dit onderwijs op de school, op het gymnasium? Welke waarde ik ook aan deze wetenschap toeken, ik ontken dit ten sterkste. Nooit mag men op een school het nuttige voortrekken om het noodzakelijke te laten lijden, en het schijnt mij onmogelijk al deze verschillende

l Ik vestig hierbij de aandacht op het voortreffelijk werk van GütUher, Vier den deuüchen Vnterricht auf Gymnaiien; de juiste opmerkingen, over het gebruik der moedertaal, welke daar gemaakt worden, gelden evenzeer in Nederland als in Duitschland.

Sluiten