Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dien men wil, — den toegang tot het hooger onderwijs voor iedereen open te stellen en de mogelijkheid te laten, dat iemand later misschien afgewezen wordt, wanneer het na een langdurig verblijf aan de academie blijkt, dat hij die kundigheden niet bezit, welke gevorderd kunnen worden van iemand die een cursus van een gymnasium doorloopen heeft, dan onvoordewaarlijk vast te stellen, dat niemand tot het hooger onderwijs wordt toegelaten , die niet een bepaalde mate van wetenschappelijke ontwikkeling meebrengt. Men make dit examen zoo licht of zoo zwaar men wil, — dat is eene andere quaestie — maar een maatstaf van ontwikkeling moet hier aangenomen worden.

De oude spreuk: niets nieuws onder de zon, geldt ook op het gebied van wetgeving. In België heeft men ongeveer dezelfde ervaring opgedaan als in Nederland. Om tot het candidaatsexamen voor de philosophische of natuurkundige faculteit te worden toegelaten, moest men daar volgens de wet van 1849 een jaar lang als student zijn ingeschreven. Het reglement op het examen van toelating werd den 31 Juli 1851 uitgevaardigd, en het bepaalt, dat de examinandus ervaren moet zijn: in deFransche, Latijnsche en Grieksche taal, in de kennis van de oude en nieuwe aardrijkskunde, in de algemeene geschiedenis, de geschiedenis van België, in de algebra tot en met de tweede machts-vergelijkingen, in de meetkunde tot en met de gewone trigonometrie, en in de beginselen der natuurkunde. Over het geheel werd op deze examina niet meer geeischt dan hetgeen in Duitschland gevorderd wordt van iemand, die een cursus van een gymnasium heeft doorloopen; het eenige onderscheid was, dat in België op dezelfde wijze als in Nederland, dit examen eerst dan verplichtend werd gesteld, wanneer men een academischen graad wenschte te verkrijgen. Deze wet werd evenwel in 1855 opgeheven en in 1857 een nieuwe wet vastgesteld, volgens welke men om tot het candidaats-examen te worden toegelaten , of een getuigschrift moest overleggen, of zich onderwerpen aan een examen (épreuve préparatoire). De ondervinding deed evenwel spoedig zien, dat men op deze wijze niet de noodige waarborgen bezat, dat de studenten genoegzaam voorbereid aan

Sluiten