Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de academie kwamen; de klachten van de professoren over de geringe ontwikkeling van de studenten waren algemeen; van alle kanten werd aangedrongen om het toelatings-examen weder in te voeren. Een wets-ontwerp in dien geest werd in 1860 door het Ministerie bij de Kamers ingediend en in het volgend jaar goedgekeurd; den 27 Maart 1861 werd de wet uitgevaardigd. Vroeger verkreeg men met dit examen den titel van élève universitaire, deze werd thans veranderd in gradué des lettres. Volgens deze wet moet de aspirant-candidaat een getuigschrift overleggen, dat hij de voorgeschreven lessen tot de redekunde heeft doorgeloopen; bezit hij dit getuigschrift niet, dan moet hij zich onderwerpen aan een examen supplementaire.

De bedoeling is zonder twijfel goed, maar wordt het doel bereikt, dat men zich voorstelt? (1) Slechts gedeeltelijk is dit het geval; men maakt het verkrijgen van een academischen graad bezwarend voor hen, die niet op een gymnasium geweest zijn, men hoopt beter voorbereide studenten te krijgen, maar de tegenwoordige inrichting is niet van dien aard, dat men hierop bouwen kan. Daarbij komen nog een aantal beperkende bepalingen, die alles behalve doelmatig zijn, daar zij een kwaad moeten keeren, dat zoo niet geheel gekeerd kan worden.

Ongeveer denzelfden gang als in België is men gevolgd in Nederland; eerst het zoogenaamde Staatsexamen, toen volkomene vrijheid van toelating en daarop een getuigschrift van een gymnasium of een examen, dat onder den naam van admissieexamen, wordt afgenomen door de professoren van de literarische faculteit. De klachten, die men nu reeds aanheft over de gebrekkige voorbereiding van de studenten, zullen, wanneer het tegenwoordige ontwerp-Fock tot wet verheven wordt, zeker nog toenemen. En al de bezwaren, die wij hier opgenoemd hebben, zullen over 't hoofd gezien worden, niet eens in aanmerking komen, alleen om de zoo hoog geroemde vrijheid niet te kwetsen. Vrijheid, ja, het klinkt schoon, maar dikwerf is zij niets

(1) Men vergelijke : A. Beer, die Fortschritte dei ünierricMttoetent, Bd. II. 8. 980.

Sluiten