Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaarwel zeggen, omdat z'g elders beter betaald worden. Maar de ervaring leert nu eenmaal dat men allerminst de financiëele zyde aan de willekeur van de plaatselijke besturen kan overlaten; de wetgever zorge hier allereerst voor cijfers , die duidelijk spreken. Overal buitendien waar het onderwijs bij de wet geregeld is in overleg met de. volksvertegenwoordigers, heeft men de noodzakelijkheid van zulke bepalingen ingezien. Niet alleen is de publieke opinie dan in de gelegenheid zich in deze zaak te doen hooren, maar ook de docenten kunnen voor hunne belangen opkomen. Elke hervorming van het onderwijs loopt eigenlijk ten slotte uit op eene geldquaestie, en het is vr\j dwaas om een verheven doel na te jagen zonder de middelen te willen aanwenden, die tot bereiking daarvan onvoorwaarlijk noodig zijn.

Ook ontbreekt in het wetsontwerp de bepaling van het aantal leeraren, dat aan elk gymnasium zal verbonden zyn. Mag men van de veronderstelling uitgaan, dat de Staat aan z'yne inrichtingen voor een genoegzaam aantal docenten zal zorg dragen, het geval is denkbaar dat een Minister van Financiën, die van bet onderwas niet veel verstand heeft, z'gn gevoelen doordrijft dat men het ■wel met een paar docenten minder af kan, omdat de kas op 't oogenblik niet zoo ruim voorzien is. En onmisbaar is zeker de bepaling van het aantal leeraren op de gymnasiën, die door de gemeenten worden opgericht. Gemeentebesturen z'gn uit hun aard tot beknibbelen geneigd, en voorbeelden kan men uit elke omgeving aanhalen van de overdreven eischen, die zij niet zelden aan de docenten stellen; een lid van een gemeenteraad stelde onlangs voor, om de docenten nwnsteas 30 uren in de week les te laten geven. Op die manier kan men zonder twyfel zeer goedkoop een gymnasium verkrijgen, maar 't onderwijs zal er dan ook naar wezen, wanneer men van den leeraar een machine maakt. Meestal vergeet men, dat een leeraar, die hart heeft voor zijn werk, op de hoogte van zijn tijd wil blijven, en daarvoor is tijd, soms veel tijd noodig. Indien men nu den docent zooveel uren onderwijs opdraagt als maar eenigszins kan, dan moet dit ten laatete op vermindering van het gehalte van het onderwijs uitloopen.

Sluiten