Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n.

Gaan wij thans over iot hoofdstuk II, de hooge scholen. Over dit onderwerp is in Nederland in den laatsten tijd veel geschreven, het belang der universiteiten voor en hare verhouding tot den Staat nauwkeurig nagegaan. De stukken van professor Vissering in Be Gids munten uit door degelijkheid. Ik wenschte evenwel niet over het cc universitair » onderwijs in het algemeen te spreken, maar ook hier het wetsontwerp artikel voor artikel na te gaan.

Art. 27 zegt: «Er zijn hoogstens drie Rijks-hoogescholen.» De minister is het dus met zich zelf nog niet eens, of de tegenwoordig bestaande hoogescholen, zullen blijven bestaan en hij behoudt zich voor daarover nader te beslissen. Dit is ten minste de eenige verklaring van het bijgevoegde hoogstens. Ik hoop dat de Tweede Kamer dat hoogstens zal schrappen. De heer Vissering heeft in Be Gids zeer juist aangewezen, welk een invloed eene universiteit uitoefent op de verstandelijke ontwikkeling van een geheel gewest, en het is op dien grond dan ook, dunkt mij, een punt van eer voor een land, om de opheffing van een zijner academiën nooit in de gedachte te krijgen. Elke universiteit neemt hare eigenaardige plaats in en de opheffing van éen van die instellingen zou zeer zeker een onherstelbaar verlies zijn. Alleen financiëele overwegingen kunnen er aanleiding toe geven; vergelijkt men echter op de Staatsbegrooting van Nederland de verschillende posten met elkander, dan is het onderwijs niet zoo uitstekend bedacht om tot spaarzaamheid op dit punt te nopen. Toen ik den afgeloopen zomer te Scheveningen vertoefde, zag ik menigmaal het prachtige escadron huzaren passeeren en onwillekeurig kwam de gedachte bij mij op, hoe gemakkelijk het zou

Sluiten