Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

commissie van 4849 reeds zeer gewenschte bepalingen heeft voorgedragen. Zeker zal het op de beurs aankomen, wanneer men deze bepalingen invoert, maar men' late eens en vooral- elke gedachte aan eene hervorming van het hooger onderwijs varen, wanneer men tegen de kosten opziet. De uitspraak van den graaf van Monteeuculi, dat het oorlogvoeren neerkomt op geld, geld en nog eens geld, geldt evenzeer van het onderwijs. Wil men werkelijk het onderwijs hervormen, dan moet men ook voor de meerdere Uitgaven niet terugdeinzen; zij moeten vooral bij den tegenwoordigen toestand in Nederland aanmerkelijk zijn. Men zou des noods alles op den ouden voet kunnen laten, als men maar den moed had van finaneieële zijde flink uit den hoek te komen.

Wat betreft de indeeling van de universiteiten loopen de ontwerpen Feek en Heemskerk nog al uiteen. In het ontwerp Heemskerk zijn de faculteiten behouden; alleen de theologische faculteit, die tot nog' toe met de hoogesehöol in een zeker verband stond, ontbreekt; in het ontwerp Föck worden de faculteiten geheel afgeschaft. De redenen , die den tegenwoordigen minister van Binnenlandsche Zaken tot deze in haar soort geheel eenige bepaling bewogen hebben, zijn zeer vreemd. « Naar het oordeel der regeering,» lezen wij, «is eene classificatie van het universitair onderwijs niet wenschelijk. De wetenschap vormt een geheel, dat zich niet goed laat splitsen.» Ik zal' de laatste zijn om dö bestaande verdeeling op zich zelf te verdedigen, maar toch, wanneer het bestaande geen- bepaald nadeel uitoefent, is er geen reden om er verandering in te brengen. Men moet zich met te licht wagen aan proefnemingen', en als men vraagt, of de reden van den minister afdoende is', dan kan het antwoord moeiehjk gunstig luiden.

Er bestaat, indien men wit, sleehts éen wetenschap? zij omvat het geheele gebied van 's menschen weten, zoeken en denken. Maar wetenschap in dezen zin i«-een afgetrokken begripj i» theorie laat ik het daar, maar in de praktijk heeft men een groot aantaï wetenschappen, waarvan elke, vooral bij den omvang dien haast elke wetenschap in den laatsten tijd vergekregen heeft, een zelfstandig geheel vormt. Bestonden er vroeger mannen,, die

Sluiten