Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weging, die zoowel op Katholiek als Protestantsch gebied in Nederland bestaat, meende het Ministerie-Fock alle tegenwerpingen te ontgaan, wanneer het eenvoudig alle faculteiten afschafte en een leerstoel aanwees voor die vakken, die bij het examen waren aangewezen. Men komt evenwel met dat schipperen niet veel verder en een bezwaar, dat gemakkelijk ware weg te nemen, laat men gedeeltelijk bestaan om nieuwe moeilijkheden te voorschijn te roepen.

Men komt nog meer tot de overtuiging van de noodzakelijkheid van het behoud der faculteiten, wanneer men deze quaestie beschouwt in verband met de wijze van benoeming van de professoren. Art. 41 van het ontwerp-Fock laat zich over dit onderwerp aldus uit: «Voor de benoeming (der professoren) wordt eene met redenen omkleede aanbevelingslijst door curatoren onzen Minister van Binnenlandsche Zaken aangeboden en door hem ter kennis van het algemeen gebracht.» "Wij spreken daarvan «curatoren». Hoe men ook oordeele over deze instelling, die de akademiën in Duitschland uit het tijdperk der reactie hebben overgehouden , in geen geval kan het goedgekeurd worden, dat een collegie van niet-professoren geroepen wordt een oordeel uit te spreken over de gewichtigste aangelegenheden van eene inrichting van onderwijs, terwijl zij, die door hunne wetenschappelijke ontwikkeling als van zelf aangewezen zijn om de voordracht te maken, de professoren namelijk, niet eens gehoord worden, 't Zou zeer zeker verkeerd zijn, wanneer men de akademische faculteiten een bepaald overwicht gaf bij de benoeming van de opengevallen plaatsen ; ook hier spelen dikwerf nijd en wangunst eene niet geringe rol, men tracht jongere mannen te weren, die reeds naam gemaakt hebben door hunne talenten ; maar de billijkheid en het verstandig overleg eischen, dat zij aan hen, die op de hoogte zijn van de wetenschap, althans geacht worden het te wezen, het recht wordt toegekend om gehoord te worden en de voordracht door hen wordt opgemaakt. Of die voordracht dan nog eerst in handen gesteld wordt van een collegie van curatoren dan of zij onmiddellijk naar den minister wordt opgezonden, is eene . bijkomende zaak; het laatste zou, dunkt mij, de voorkeur verdienen. Is de minister op de hoogte der zaak, bezit hij de noodige

Sluiten