Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geheel volbracht heeft. Behalve het afleggen van een examen wordt nog een proef-jaar gevorderd, dat dienen moet om den candidaat m de gelegenheid te stellen onder toezicht van een bekwaam onderwgzer zich praktisch te vormen en te ontwikkelen. Zelfs op die plaatsen waar men zoogenaamde paedagogische scholen met het akademisch onderwijs heeft verbonden, zooals dit onlangs te Koningsbergen geschied is, worden slechts diecandidaten tot de practische oefeningen toegelaten, die reeds het jus docendi door een examen aan eene inrichting van hooger onderwijs verkregen hebben. Eenige jaren geleden heeft men wel is waar in Oostenrijk enkele candidaten, die het onderwijzersexamen nog niet hadden afgelegd, voorloopig aangesteld, maar dit geschiedde alleen omdat er op 't oogenblik gebrek aan geëxamineerde docenten was. En aangenomen zelfs dat het middel in het wetsontwerp-Fock aangegeven, het meest geschikt was om degelijke docenten te vormen, dan moest er toch, dunkt mij, een beperkende bepaling zijn, om te voorkomen, dat er geen misbruik van dit artikel gemaakt wordt, b. v. om op een goedkoopere wijze aan een gymnasium te komen. In het belang van het onderwijs dringen wij aan op het handhaven van het beginsel, dat niemand tot het onderwijs aan de openbare scholen zal worden toegelaten, die geen bewijzen heeft gegeven, dat hij op wetenschappelijk gebied de bekwaamheden daartoe bezit.

Evenmin kunnen wij ons vereenigen met de voorschriften betrekkelijk het examen van de docenten. Het Pruisische reglement op het examen voor de docenten aan de scholen voor hooger onderwijs van 12 December 1866 is veel meer overeenkomstig de behoeften van het gymnasiaal onderwijs als hetgeen hierover voorkomt in het wetsontwerp-Fock. De voorkeur zou ik evenwel geven aan de bepalingen, welke hierop in Oostenrijk bestaan volgens de wet van 24 Juli 1856, omdat men hier nog dieper in de leervakken is doorgedrongen (1).

(1) Vgl. A. Beer, die Fortichritte des VnterricMwesens in den CMuurstaaten Europa's, Bd, I. S, 558,

Sluiten