Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met de invoering van de Roomsche liturgie in de Kerk van het Westen is de taal van Rome, toen de meest beschaafde en meest algemeene, de officieele taal der Kerk geworden en tot op den huidigen dag gebleven.

Hoe zou het ook mogelijk geweest zijn onder volkeren van zoo verschillend karakter eenheid van vormen en gebruiken in de openbare godsvereering te brengen en te bewaren, zonder het uitsluitend gebruik van dezelfde doode taal bij alle kerkelijke- handelingen ?

Dat verreweg het meerendeel der geloovigen, de ongeletterde leeken, door dezen maatregel verstoken bleven van een rechtstreeksche deelneming aan de godsdienstoefening, spreekt van zelf. In de kerk hadden zij slechts te luisteren naar de stemmen van eenige bevoorrechten, die de kerktaal verstaande, of althans verondersteld wordende die machtig te zijn, voor en in naam der gemeente het kerkgezang uitvoerden. Het volk mocht slechts daaraan deel nemen door het luide roepen van Kyrie eleison. Zoo was het tot aan de tiende eeuw.

De ontwikkeling van dichtkunst en gezang onder het volk openbaarde zich allengs in het kerkelijk leven. Reeds met de dertiende eeuw ontstaan vertalingen van de meest geliefkoosde hymnen (Veni crealor spiritus, Jesu dulcis memoria, Hymnum dicamus Domino enz.), die op de kerkelijke melodie of op een gemakkelijker volkswijs gezongen worden, 'hetzij in de namiddag- en avondgodsdienstoefening, hetzij bij bede-' vaarten en processies. De vespers bleef de geestelijkheid in het Latijn zingen. Ook aan het gezang volgende op het Graduale in de mis (sequentia), krijgt de gemeente deel en voornamelijk op Kerstmis, Paschen en Hemelvaart, wanneer men de beteekenis dier hooge feestdagen voor de geloovigen aanschouwelijk

Sluiten