Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III.

De omwenteling van 1795 heeft de kerken ruw aangegrepen. De Constitueerende Vergadering verklaart, op 1 Augustus 1796: „alzoo de vernietiging van het oude stelsel eener heerschende of bevoorrechte kerk en de afscheiding der Kerk van den Staat reeds „opgesloten lag in de erkentenis van de rechten van den mensch „en burger en van de beginselen van vrijheid, gelijkheid en „broederschap, welke in den naam van het volk van Nederland „openlijk en plechtig is afgekondigd, hebben wij besloten, dat ,iniet alleen geen bevoorrechte of heerschende Kerk meer mag „geduld worden, maar dat alle placcaten en resolutieën der „gewezen Staten-Generaal uit het oude stelsel der vereeniging „van Kerk en Staat geboren, zullen worden gehouden voor „vernietigd."

Den 3c»sten Mei des volgenden jaars, werden de kerken als instellingen tot bevordering van godsdienst, deugd en goede zeden met alle andere genootschappen gelijkgesteld onder de bescherming der wet. Alle goederen, vóór 1581 bezeten, werden nationaal verklaard. Tractementen, vroeger ontvangen, worden als pensioenen aan de tegenwoordige titularissen toegekend.

In bijzonderheden de verschillende constituties nagaan, zou ons te lang ophouden. De tweede was nog harder tegen de Kerk dan de eerste. De derde, in 1801, stond toe dat alles zou blijven bij het oude, tot aan de totstandkoming eener nieuwe regeling, en sprak als beginsel uit dat ieder die tot eenig Kerkgenootschap behoorde, (dit in den zin van locale gemeente,) tot de kosten er van moest bijdragen. In

Sluiten