Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te geven; het was overeenkomstig het kenmerk der Ned. Herv. Kerken, overeenkomstig hare belangen. Dit kenmerkende nu ligt volgens de Commissie in art. 32 der Belijdenis: alle dienaars des Woords hebben dezelfde macht, hetzelfde gezag, zijnde allen te zamen dienaars van den eenigen algemeenen Opziener J. C., het eenige Hoofd der Kerk. In plaats der 10 of 11 Synoden stelde men ééne algemeene voor, op grond dat alles wat van het federatieve stelsel van vroeger was over gebleven, moest vervallen.

Waar de Commissie handelt over de vorming van leeraren en over de theologische professoren, zegt zij: dat aan de Synode of hare deputaten eenig recht moet toegekend worden bij de benoeming. En zoo er eenige twijfel bestond aangaande eenigen hoogleeraar, zou deze onder de verplichting moeten staan zich voor de Synode te verantwoorden.

Art. 1 der Kerkorde luidde: Tot het Hervormde Kerkgenootschap behooren allen die op belijdenis des geloofs voor de opzieners der gemeente tot lidmaten zijn aangenomen, of ook dezulken die in de Kerk gedoopt zijn.

Art. 3. Zoovelen onder een en hetzelfde opzicht, hetzij van een of meer leeraars staan, doch onder denzelfden Kerkeraad, maken eene afzonderlijke gemeente.

Art. 7. Aile die afzonderlijke gemeenten van Hervormde belijderen en gedoopten binnen al de departementen van het Rijk maken te zamen het Hervormd Kerkgenootschap van dit Koningrijk, en zijn aan het Kerkbestuur en aan de verordeningen van dit reglement onderworpen.

Wij merken bovendien aangaande dit concept nog op:

i°. dat hier officiéél de naam Hervormd Kerkgenootschap als die van het geheel voorkomt. Wij wezen er reeds op hoe in de officiëele acten der Kerken dit woord reeds burgerrecht scheen verkregen te hebben. (Acta Depp. Extr. Zuid-Holl. in de jaren 1808 en 1809 passim.)

2°. dat hier de lidmaten en gedoopten treden in de plaats

Sluiten