Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

Uit den boezem der Kerk zelve is van 1847 tot 1852 een nieuw Algemeen Reglement geboren. Naar den schijn is veel verbeterd geworden. Ook wat de orde betreft, is men tot beter inzicht teruggekeerd. In het Alg. Regl. wordt thans eerst gesproken over het bestuur der enkele Gemeenten en Ringen; daarna pas over het kerkelijk bestuur over meer gemeenten te zamen, de Classikale vergaderingen worden als consultative vergadering en kiescollege voor het hoogere Bestuur erkend; ten laatste wordt behandeld het bestuur over al de gemeenten te zamen; of de Synode. De Besturen worden door de kerkdijken zeiven gekozen; geen politici meer in de vergaderingen; meerdere ouderlingen hebben zitting in de hoogere colleges; eindelijk geen nieuw reglement of verandering in de reglementen, zonder dat eerst de Kerk gehoord worde, ja zelfs over het definitief vastgestelde moesten vroeger de Provinciale Besturen, thans hunne leden nog hunne stem uitbrengen.

Doch hier is meer schijn dan waarheid: heeft art. XI verhinderd de leervrijheid in te doen sluipen? De Synode moet wel de adviezen vragen, maar maakt er naar eigen oordeel gebruik van; en waar het de leer gold deed zij dit telkens tegen den duidelijken wil der Kerk in; de Classikale vergaderingen adviseeren en stemmen, maar predikanten, of zij al dan niet in den geest des Kerkeraads zijn, adviseeren en stemmen mede.

Ook in de algemeene bepalingen is verbetering: de Hervormde Kerk bestaat uit alle zoowel Fransche als Engelsche en Nederduitsche Gemeenten. In art. 2 wordt nu pas gesproken over lidmaten en gedoopten die tot de plaatselijke gemeente behooren; maar dat de Kerk de Gemeente primeert, komt duidelijk uit in het reglement op het Godsdienstonderwijs: men wordt lid niet der Gemeente maar der Kerk;

Sluiten