Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gezangen gehoord en gelezen heb, wèl vaster is geworden, wèl dieper wortelen heeft geschoten, maar geen haar breed aan 'twankelen gebragt is. En dan alleen zou ik in mijne overtuiging dat wij niet slechts in onze kerk Gezangen mogen zingen, maar, nevens de Psalmen, óók Christelijke Gezangen moeten zingen, d. i. ten duurste ons verpligt, ons gedrongen moeten gevoelen die te zingen, veranderen kunnen, indien 't mogehjk ware dat mijn geloof in den Heere Jezus Christus, Die in onze Gezangen wordt verheerlijkt, en mijne liefde tot Hem, en de in mijne ziel gevoelde verpligting om „den Zoon te eeren gelijk den Vader", veranderen kon, dat is, kon worden te niet gedaan. Maar aangezien ik goeden moed heb in genade dat de Heere mij voor afval in deze zal bewaren, zoo zal ik ook ten opzigte van de Gezangen niet worden gebragt tot afval, maar ze ook met al hunne gebreken, die zij echter volstrekt niet in meerdere mate dan onze berijmde Psalmen hebben, verdedigen , en blijven verdedigen, al ware 't ook dat ik daarin alléén moest staan, dat — Gode zij dank! — echter op verre na zoo niet is, en dat ik deswege als een „Arminiaan" werd veroordeeld door nog meerderen dan dit nu reeds mij, en ook mijne geestverwanten onder mijne ambtgenooten, doen. Maar dan zijt gij niet „kerkrechtelijk Gereformeerd", zult gij mij toevoegen. Waarde vriend, indien „kerkrechtelijk Gereformeerd" óók bestaat in 'tniet zingen van zulke treffende, geheel op Gods Woord gegrondde Gezangen, waarin de Heere Jezus Christus op 'thoogst verheerlijkt wordt, en uit welke

Sluiten