Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voortgegaan is, en nog voortgaat, Zijne genade-gaven uit te storten tot 't maken van liederen zoowel tot eere des Zoons, als van den Vader, gelijk ook van Hem zeiven. En waar men nu weigert zulke liederen te zingen, alléén omdat zij niet onder den liederenschat van de kerk des Ouden Verbonds voorkomen; of omdat 't tegen 't „gereformeerde kerk-recht zou. strijden" om ze in de kerk te zingen; of omdat „de vaderen er ook wel zonder die Gezangen zijn gekomen"; terwijl men toch moet erkennen dat zij op de H. Schrift gegrond zijn, daar bedroeft men in de daad den Heiligen Geest. Ik ben en blijf 't in deze volkomen eens met 't geen mij, toen ik nog aan de Utrechtsche Hoogeschool studeerde, een bij vele vromen hooggeachte en geliefde, nu reeds lang ontslapen leeraar zeide, die hier bij velen nog voortleeft in hunne harten. Toen ik eens met hem over dezulken sprak, die zelfs bij de schoonste en roerendste Gezang-verzen, den mond stijf gesloten konden houden, zeide hij mij: „Schouten, die menschen bedroeven den Heiligen Geest". En sedert dien tijd heb ik zulks ook niet anders leeren inzien, en ben zóó onwrikbaar overtuigd van de allerduurste verpligting dat .in de Christelijke gemeente ook Christelijke Gezangen moeten gezongen worden, dat, toen ik eens, in eene mijner vroegere gemeenten een zwaren ziele-strijd had om onze kerk te verlaten, en overtegaan tot de toen nog geheeten „afgescheiden" gemeente, ééne der twee hoofdredenen, die mij deden besluiten om in onze kerk te blijven, deze was, dat ik dan wèl in de afgescheiden kerk, naar den lust mijns

Sluiten