Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar het door de Franken bezette gedeelte van Friesland begaf, en dus ten Zuiden van den Rijn ging arbeiden.

Op tweeƫrlei wijze heeft Willibrord daarbij hulp gezocht.

Vooreerst heeft hij een tocht naar het Frankische hof ondernomen, en zich in verbinding met Pepijn van Heristal gesteld. Toen Willibrord met zijn begeleiders aan het Frankische hof was aangekomen en zijn plannen aan den vorst had voorgelegd, begreep Pepijn terstond, van hoe groote beteekenis de arbeid van deze Angelsaksische zendelingen, ook voor zijn politiek, zou kunnen zijn. Op den duur zou dat wellicht een bevestiging van de macht der Franken beteekenen! Pepijn aarzelde niet om Willibrord verlof te geven tot de verspreiding van het Evangelie, en hij zeide hem ook in allerlei opzichten zijn medewerking toe. Zooals vanzelf spreekt, was deze bescherming van de zijde van het Frankische hot voor Willibrord van de grootste beteekenis.

In de tweede plaats meende Willibrord, dat hij ook den steun van den pauselijken stoel met het oog op zijn arbeid niet zou kunnen ontberen. Daarom begaf hij zich in het jaar 691 naar Paus Sergius I te Rome. Wij weten niet met zekerheid, hoe hij deze reis heeft volbracht, maar kunnen op goede gronden vermoeden, dat hij den Rijn is opgevaren naar Bazel en later over den St. Bernhard is getrokken. Willibrord's reis was voor de verdere ontwikkeling der Kerkgeschiedenis van zeer groote beteekenis, omdat zij het begin van de verbinding tusschen de Kerk in deze gewesten en den pauselijken stoel te Rome beteekende. Te Rome aan-

Sluiten