Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deensche jongens mee, die hij dan, te Utrecht of te Echternach, voor de zending wilde opleiden.

Op de terugreis gebeurde er echter iets bijzonder merk* waardigs. Het geschiedde, dat het schip, waarop Willibrord voer, door een stormwind op het eiland Helgoland (dat is „heilig land") werd geslagen1). Zooals de naam reeds aanduidt, was dit eiland een heilig eiland bij den volkstam der Friezen. Onmiddelüjk nadat zij geland waren, begon Willibrord hier het Evangelie te prediken. Merkwaardig genoeg, vond hij hier ook eenig geloof. Willibrord beging het waagstuk, dat hij de nieuw tot het geloof gekomenen bij een bron verzamelde, die onder de heidenen voor bijzonder heilig gold, terwijl hij drie van hen in die bron, onder het aanroepen van de heilige Drievuldigheid, doopte. Ook liet hij dierén, die in de buurt van de bron hepen te grazen, slachten, om daarmede in het onderhoud van de zijnen te voorzien.

Toen de heidenen dat zagen, meenden zij, dat WilÜbrord en de zijnen als goddelooze misdadigers terstond zouden sterven. Maar toen zij bemerkten, dat hun in het geheel niets kwaads wedervoer, waren zij buiten zichzelf van verbazing, en meldden zij aan hun koning Radbod 2) wat er geschied was. Koning Radbod ontstak in toorn, toen hij van dit geval hoorde en was van plan zich op den priester van den levenden God te wreken. Gedurende drie dagen werd, telkens drie maal, in overeenstemming met het heidensch gebruik, het lot over

*) Sommigen meenen, dat het Ameland was.

2) Het is eigenaardig, dat hier van koning Radbod wordt gesproken.

Sluiten