Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dwalingen verleid heeft. Want er is slechts één God, die hemel en aarde, de zee en alles wat daarin is, geschapen heeft. Wie dien God met het ware geloof vereert, ontvangt het eeuwige leven. Ik, die Zijn dienaar ben, verklaar u dit op dezen dag, opdat gij van de ijdelheid der oude dwalingen, die uw vaderen aanhingen, eindelijk eens geheel genezen wordt, aan den eenen almachtigen God gelooft, in de bron van het leven duikt en al uw zonden afwascht, alle ongerechtigheid en zonden loslaat en als een nieuw mensch in reinheid, gerechtigheid en heiligheid leeft. Doet gij dit, dan zult gij met God en Zijn heiligen het eeuwige leven bezitten. Wanneer gij echter den weg van het heil, dien ik u wijs, versmaadt, weest u er dan zeker van, dat gij de eeuwige pijnen en de helsche vlammen met den duivel, dien gij gehoorzaamt, zult lijden". De koning antwoordde daarop vol verwondering: „Ik zie, dat al onze bedreigingen u in het geheel niet verschrikken en dat uw woorden net zoo zijn als uw daden". En ofschoon koning Radbod het woord der waarheid niet wilde gelooven, liet hij toch Willibrord ongedeerd naar Pepijn, den koning der Franken, trekken.

Na zijn tocht naar Denemarken ging Willibrord weer naar Utrecht terug. De situatie zou in dezen tijd te Utrecht spoedig veranderen. Het volk der Friezen bleef namelijk opstandig. Onder meer komt dit hierin uit, dat een zoon van Pepijn destijds door een Fries werd vermoord. Toen Pepijn gestorven was, en er tweedracht onder de Franken ontstond, greep koning Radbod de hem geboden kans om de

Sluiten