Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ongeoorloofd gebied te betreden, en was gewoon te zeggen dat wij als christenen geen omgang met geesten van noode hebben, dat ik aan de gemeenschap met Christus volkomen genoeg had en de Heilige Geest onze algenoegzame en vertrouwbare Leidsman is. Bij die gevoelens ben ik steeds gebleven en nimmer zoude ik mij verder met het Spiritisme hebben ingelaten, indien niet in de maand Maart 11. een gebeurtenis had plaats gegrepen, die mij ongezocht, en ongewenscht, en zonder mijn toedoen, in aanraking bracht met geesten van afgestorvenen uit een vropgere gemeente.

Het was door middel van een jongen man, een eenvoudig arbeider, dien ik vijftien jaren geleden als een godvruchtig jongeling had leeren kennen en die zich sedert ongeveer een jaar met zijn gezin te Goes had komen vestigen. Deze was met zijn vrouw negen jaren achtereen het voorwerp van allerlei geheimzinnige kwellingen geweest en somtijds waren hun verschoningen voorgekomen, waarin zij hun overleden vader herkenden, een zooals men dat noemt bekeerd man, doch die zich sterk tegen het voorgenomen huwelijk zijns zoons had verzet, zijn toekomstige schoondochter op zeer beleedigende wijze had behandeld en in onverzoende haatdragende gemoedsgesteldheid was gestorven. Teel hadden zij al dien tijd geleden, veel hadden zij gebeden om verlossing, maar naar het scheen te vergeefs, totdat zij door het toevallig in handen krijgen van de geschriften van Mevrouw van Calcae (*) inzicht kregen in hun zonderlingen toestand, zich in een schrijven tot haar richtten en door deze dame tot besef kwamen dat zij mediums waren, d. i. personen vatbaar voor het zien en voor het ontvangen van manifestatiën van geesten. Uit een soort van instinctmatige vrees hield ik mij een geruimen tijd van hen af. Doch eens des avonds, toen ik de vrouw, die bij mij ter katechisatie ging, na afloop der les, naar haren toestand vroeg, noodigde zij mij uit hen te bezoeken. Ik voldeed aan haar verlangen. En toen ik wilde vertrekken en haren man de hand gaf om afscheid te nemen, kwam deze in den toestand

O Wie de geschiedenis meer in bijzonderheden wenscht te leeren kennen, zie de tweede, vierde en zevende aflevering in handen te krijgen van Jaargang Negen van «Op de Grenzen van Twee Werelden" door Mevrouw van Calcar, waar hij alles op treffende wijze beschreven zal vinden, of liever teekene op dit allerbelangrijkst tijdschrift in en trachte ook de acht vorige deelen te lezen. Want niemand is in staat een recht oordeel over deze dingen te vellen, die ze niet óf bij eigene ervaring heeft doorleefd öf er een ernstig onbevangen onderzoek naar gedaan heeft, waartoe zeker geen uitnemender en belangrijker handleiding is dan dit voortreffelijk maandblad.

Sluiten