Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet meer van jeugdigen leeftijd. Ik gevoelde mij in den laatsten tijd al zwakker en krankelijker — het is mij nu geen raadsel meer door welke oorzaak — en stelde mij dus voor mij hoe langer hoe meer aan allen arbeid buiten de gemeente te onttrekken, na de Utrechtsche geen Conferentiën, (waarvan ik trouwens toch, voor mij althans, den tijd voorbij achtte) meer bij te wonen, en hoopte niet anders dan den korten tijd die mij nog overig was, gansch stil en onopgemerkt in den kleinen maar mij dierbaren werkkring te Goes door te brengen, totdat het God zou behagen mij weg te nemen. Doch de mensch wikt en God beschikt en geheel tegen al mijn wenschen en begeerten in, ben ik weder tot een oorzaak van opspraak gemaakt.

OnmiddeUijk na onze ontmoeting te Utrecht verschenen in de Vredebode en het Christelijk Volksblad artikelen tegen het Spiritisme en tegen het prediken aan de dooden. Te Goes werd de zaak bekend en geraakten de gemoederen in beroering. Van alle zijden des lands werd ik overstelpt met ernstige brieven, laat ik er bijvoegen, meest allen van liefdevollen aard, mij vermanende, waarschuwende, smeekende om toch van deze dingen af te zien. Van geliefde en geachte zijde werd ik gedrongen en in staat gesteld om een bezoek te brengen aan Pastor Blumhabdt Jr. te Bad Boll, ten einde met hem over het gebeurde te raadplegen. Ik vond in hem een zeldzaam uitnemend man, eene lichamelijk, verstandelijk, geestelijk krachtige persoonlijkheid, tevens beminnelijk en opgeruimd, gelijk men van een man die in de gemeenschap met God wandelt mag verwachten, en kreeg een anernefelijksten indruk van dit oord des vredes. Hij was steeds zeer bezet, toch had ik eenige belangrijke gesprekken met hem, waarin hij mij bewees in de geestenwereld geen vreemdeling te zijn. Hij gelooft volkomen in de mogelijkheid van redding, ook hiernamaals, van ongelukkige zielen door boete en bekeering, maar oordeelde voorts over wat ik hem mededeelde van de geestesmanifestatiën gelijk de meesten mijner Christenvrienden in Nederland. Ik heb al die raadgevingen en waarschuwingen niet in den wind geslagen. Ik heb ze ernstig en biddend overwogen in mijn hart. Tk heb gelezen wat tegen het Spiritisme is geschreven. Van meer dan één argument heb ik de kracht en het gewicht gevoeld. Maar steeds was dit in mijn hart: »Lk heb niet met menschen te doen maar met God. God zal zelf mijn Leidsman wezen, Leeren hoe ik wandelen moet''. En telkens kwam de overtuiging weer boven, steeds duidelijker en krachtiger, dat ik in den weg Gods was en mij veilig door Hem kon laten leiden.

Sluiten