Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weet welk gevaarlijk terrein het gebied der geestenwereld is. Ik weet hoe vaak leugengeesten zich onder schoonen schijn komen voordoen. Ik weet hoe velen die zich lichtvaardig, zonder God en met onedele bedoelingen op dit terrein gewaagd hebben, er de jammerlijke gevolgen van hebben ondervonden. Maar ik weet ook dat in Deut. 18 iets verboden wordt waaraan ik mij nimmer heb schuldig gemaakt, dat Luk. 16 eerst recht verstaan kan worden door hen die met de toestanden hiernamaals bekend zijn, en dat 1 Tim. 4 : 1. met deze dingen niets te maken heeft, gelijk uit de volgende verzen duidelijk blijkt, hetwelk alles ik later wel hoop aan te toonen. Ik weet dat heerlijke gaven Gods zoowel in den dienst des boozen tot verderf der menschen als in den dienst van God tot hun heil kunnen worden gebruikt. Ik weet dat wij in den omgang met menschen en met geesten den Geest der onderscheiding van noode hebben om de geesten te beproeven of zij uit God zijn. En boven alles weet ik dat wie in de overgave des harten aan God mag leven en zich voortdurend oefent om een onergerlijke consciƫntie te hebben voor God en voor de menschen, vaak door God geleid wordt op een weg die door Schriftgeleerden in strijd geacht wordt met een tekst hier en met een tekst daar, en toch juist volkomen in overeenstemming is met het Woord Gods en met de Heilige Schrift. Zoo was het in Christus' tijd. Zoo was het in Paulus' dagen. Zoo was het met zoovele godvruchtige mannen en vrouwen in vroeger en later tijd. Zoo is het nog.

En nu zal ik ditmaal hierover niet veel meer zeggen. Wat ik in de laatste maanden heb ervaren, heeft mij heldere inzichten gegeven in het leven na den dood, heeft mij het antwoord geschonken op tal van vragen mij tot nu toe onoplosbaar, heeft mij vele duistere gedeelten van de Schrift verklaard, heeft mij den ontzaglijken ernst van dit leven, de verantwoordelijkheid voor al onze daden en gezindheden, meer dan ooit doen gevoelen, heeft mij de vereeniging van de engheid van de poort en van de onbegrensdheid van Gods liefde doen verstaan, heeft mij licht doen opgaan over toestanden van krankheid, vallende ziekte, krankzinnigheid, bezetenheid en over den weg tot uitredding en genezing. Ja waar zoude ik eindigen, wilde ik alles mededeel en?

Ik ben van geloof en van gezindheid niet veranderd. Of zoo er een verandering is, dan is het niet met terugroeping van wat ik vroeger beleed, maar (mag ik het niet met dankbaarheid getuigen?) met aanvulling van wat vroeger was verborgen en

Sluiten