Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het geestelijk verkeer tusschen de bewoners der zichtbare en onzichtbare sfeer, zooals hij dit reeds aan zijne jongeren had geopenbaard, toen hij hen deelgenooten maakte van zijn omgang met de geesten op den berg der verheerhjking, waar zij hem zagen verkeeren met de beide groote mannen Mozes en Elia, verheven geesten, 'die nog altijd de hoogste belangstelling koesterden voor het volk waarvoor zij geleefd en gestreden hadden.

"Waarom nu de oogen te sluiten voor hetgeen ons zoo duidelijk in de Schrift wordt geopenbaard en zoo troosteloos uit te roepen als Ds. Bibbius: »A1 onze pogingen om tot eene juiste voorstelling, een volkomen begrip van het toekomende leven te geraken zullen steeds vruchteloos zijn. De hoedanigheid van dat leven blijft eene verborgenheid".

Ongetwijfeld is dat waarheid als wij met ons denkvorm ogen alleen te rade gaan, ja, dan komen wij stellig nooit tot een juiste voorstelling; maar wij behoeven het ook niet uit te denken door onze logica. Jezus liet het zijne jongeren niet uit hunne hersenen putten, maar ondervinden: waarnemen, zien, hooren, tasten, en hij gaf geen theorie.

"Wij zeggen dus ook met Ds. Bibbius: »"Wij kunnen ons geen volkomen begrip vormen van het eeuwige leven, wijl ons verstand daartoe te kort schiet".

Da den weg van wijsgeerige speculatie zal men nooit tot die kennis opklimmen; langs den weg der waarneming van aan ons geopenbaarde feiten en verschijnselen, welke de Heer beschikt, is het echter mogelijk tot hoogstverrassende en geheel bevredigende' uitkomsten te geraken.

Terecht zegt de heer Bibbius, »"Wij zijn pasgeboren kinderen tegenover de eeuwigheid; hoe zouden wij in staat zijn haar te doorgronden"?

Dat is ook volstrekt niet noodig, dat onbereikbare verlangen wij ook niet te grijpen; wg zeggen als hij: »Ons oog is te zwak voor het volle licht der eeuwigheid"; maar dit volle licht is immers zoo oneindig verre buiten ons bereik, dat wij niet behoeven te vreezen, dat iemand daardoor zal verblind worden. Ons is het genoeg als er een heel klein tipje van den sluier wordt opgeheven om ons een bekend gelaat te laten zien, dat ons troostend tegenlacht met de verzekering: »Ik ben niet van u gescheiden, ik heb u nog hef".

Jezus stelde zijne discipelen ook niet eensklaps bloot aan »het volle licht der eeuwigheid", toen hij hun toch iets van zijn geestelijk verkeer of de gemeenschap der heiligen te aanschouwen gaf. .

Sluiten