Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar ook inwoners en bezoekers van alle graden. Dezè ongelijkheid stemt overeen met de woorden van Paulus als hij ons wijst op de eindelooze verscheidenheid van het gesternte. GeHjk de eene star verschilt van de andere in grootte, glans en heerlijkheid en gelijk de zon veel grooter is dan de maan, alzoo zal het ook in de toekomst zijn.

Natuurlijk vloeit dit verschil voort uit de verscheidenheid van aanleg en omstandigheden, maar vooral ook uit het groot verschil van ijver om zich te vormen en te reinigen. Wie spaarzamelijk zaaide zal ook spaarzamelijk maaien en wie in het vleesch zaaide zal uit het vleesch de verderfenis oogsten. En ach, hij oogst dat verderf onmiddellijk na den dood. Zijn rechter behoeft niet te komen aan het eind der wereld, gezeten op een troon der majesteit, zooals de Oostersche verbeelding zich dat had geschapen; de vierschaar waarvoor hij staat is de Godsstem in hem; zijn eigen geest is een onverbiddelijke aanklager. Het is deze rechter die den onverzoenlijke en liefdelooze in de banden van zijn eigen duisternis klinkt; zijn eigen zware, zwarte emanatie is zijn kerkerhol, waarin weening en knersing der tanden zal heerschen en waar het knagen van den worm der wroeging hem zal pijnigen en waar de opflikkeringen van zijne onverzadelijke begeerlijkheden in hem en om hem als een helsch vuur blijven branden.

Welk een blik laat Jezus ons slaan in de toekomende wereld in de gelijkenis van den onrechtvaardigen rentmeester, een man, die hoewel hij niet trouw en eerlijk voor zijn meester was, toch nog de voorzichtigheid bezat om te bedenken hoe het hem gaan zou, wanneer hij eens niet langer rentmeester zou zijn en met het oog op de toekomst zorgt hij er voor zijn vermogen zoo te besteden, nu hij het nog in zijne macht heeft, om er nog voordeel van te kunnen trekken, ook al verliest hij alles, want de vrienden die hij zich gemaakt heeft, zullen hem dan wederdienst bewijzen. Hoeveel meer zullen de bewoners der eeuwige tabernakelen met erkentelijkheid aan hunne weldoeners gedenken en zich hunner liefderijk aannemen, wanneer zij arm en hulpeloos op de eeuwige stranden aankomen als berooide schipbreukelingen. Dit wijst ons op het werk der zaligen, die ook ginds nog visschers van zielen blijven.

In de gelijkenis van Lazarus en den rijkaard laat Jezus ons een .anderen blik slaan op den toestand van zeker soort van zielen. De vrome arme man wordt door engelen getroost en geniet de weelde van de hoogste gelukzaligheid, uitgedrukt in de bewoording: ¬ĽAbrahams schoot". De onbarmhartige

Sluiten