Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rijkaard voelt het vuur der wroeging en den beet van het zelfverwijt. Gewoon aan zingenot kwelt hem nog de begeerte naar drank. Hoezeer de toestanden ook verschillen, toch wordt het den onzalige gegund om soms een enkelen blik te slaan op een anderen staat In zijn eigenmachtige gewoonte om te bevelen en eiken wensch bevredigd te zien, verlangt de rijke dat de gelukkige Lazarus hem wel wat verachting kon komen schenken. Hg moet echter ervaren dat in het rijk der zielen andere wetten en rechten heerschen en dat zijn eerste opwelling niet terstond voldaan kan worden; zoo wordt hem ook geweigerd dat Lazarus zijne broeders zal waarschuwen, die nog in brooddronkenheid voortleven en nu wordt het woord gebezigd: »Zij zouden zich niet bekeeren, al ware het dat iemand van de dooden opstond", of met andere woorden, een geest hun verscheen.

Dit woord wordt zeer ten onrechte aangewend om er uit te bewijzen, dat er geen geesten kunnen of mogen verschijnen en dat zich nooit eenig mensch daardoor zou bekeeren.

De ondervinding leert het tegendeel; er zijn zeer treffende voorbeelden mij bekend, dat lichtzinnige personen zich bekeerd hebben, door de verschijning van een waarschuwenden geest; maar er is een klasse van ongeloovigen, die zich ook na vele ervaringen van dezen aard toch niet bekeeren en tot deze soort behoorden de broeders in het verhaal van Jezus. "Wij moeten wel in het oog houden dat een gelijkenis niet een volledige leer verschaft of in alle mogelijke gevallen van toepassing is.

En hier is juist de gelegenheid om te gewagen van den vooruitgang in de kennis van de toestanden in het toekomende leven, waarvan wij in den bijbel slechts enkele aanstippingen vinden.

De zinnelijke Joden in Jezus dagen konden zich het eeuwige leven niet anders denken dan langs den weg van eene opstanding of herrijzenis der stoffelijke lichamen — en dit woord opstanding met de Joodsche opvatting daarvan heeft de groote verwarring in de gemeente gebracht. Paulus leerde echter reeds dat wij, behalve het stoffelijk nog een geestelijk lichaam bezitten, dat uit het oude zaad dat gezaaid wordt ter verderfenis, oprijst gelijk de nieuwe halm uit den verrotten graankorrel Evenmin als deze oude schil ooit weer noodig of bruikbaar voor de nieuwe plant kan zijn, zal ook ons oude lichaam ons ooit weer dienen. Een weinig stofs dat in den loop van ons leven aanhoudend in wisseling en omzet-

Sluiten