Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stellen de pijniging der goddeloozen te aanschouwen. Dezen in de pijn ziende, gevoelen zij niet het minste medelijden, maar integendeel voelen zij zich overstelpt van geluk en zij zullen God te meer loven over hun eigen zaligheid, terwijl zij van de onuitsprekelijke folteringen der verdoemden getuigen zijn"

Wat dunkt u van zulk een paradijsgenot en van zulke zaligen, en dit is toch in alle oprechtigheid en getrouwheid de orthodoxe hemel en hel. Kan er liefde en humaniteit gekweekt worden op aarde, zoolang zulk een monsterachtige voorstelling nog aanhangers vindt? Het is tijd dat deze oude theologische hemel en hel voorhij ga, opdat er plaats zij voor een nieuwen hemel en een nieuwe aarde. Het is tijd dat de mensch zich zelf beter leere kennen als geest, dan zal hij den innigen samenhang van het toekomende leven met dit aardsche bestaan beter beseffen en het krachtiger en getrouwer besteden als voorschool tot de volgende klasse.

Wenden wij ons nog eenmaal tot de Schrift met de vraag: Waar zal hij zijn, de geest van den mensch, als zijn lichaam verzwakt is en sterft?

»Waar uw schat is, daar zal uw hart zijn." Uw schat, uw hoogste goed, 'uw diepste liefde, is de magneet, die uwe ziel zal trekken en brengen in haar rechte plaats.

Was de schat aardsch genot, aardsch bezit, dan kan de gebonden ziel de oppervlakte der aarde niet verlaten, maar blijft of in het sterfhuis of op het kerkhof — of zweeft naar het oord waar haar sterkste begeerte haar heen dreef en haar eigen zwaarte belet haar op te stijgen tot de tweede sfeer. De planeet heeft nog haar aantrekkende macht op hare onreine fluïdes, die een zwarte wolk om haar heen vormen, welke haar alle uitzicht, elke lichtstraal betwist en opgevuld wordt met hare eigen schrikbeelden.

Een tweede klasse vormen de zielen, die wel de oppervlakte der aarde verlaten hebben, maar in de schemering van de groote doodsvallei rusteloos omdolen als in woeste gewesten, waar naakte rotsen of sombere wouden, onafzienbare woestijnen zich om hen uitbreiden. Zij zijn daar eenzaam of te onverschillig of beschaamd om zich met anderen in te laten, die in denzelfden toestand zijn.

Maar zijn die zielen daar van hun God vergeten? Zijn ze van hunne betrekkingen vergeten? Genieten vader, moeder, broeder, zuster in hoogere sferen aanvankelijk de zaligheid, dan kunnen zij niet volkomen gelukkig zijn, vóór dat zij den

Sluiten