Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afgedwaalden zoon of dochter, den verblinden vader of moeder opgezocht en in bescherming genomen hebben om ze tot zich op te heffen en te brengen tot deelgenootschap der zaligheid.

Dat is het werk der zalige geesten; geen zelfzuchtige rust en glorie wordt door hen genoten. Hoe meer men de aanbiddelijke ordonnantiën Gods in de eeuwige woningen leert kennen, hoe dieper men de waarheid verstaan zal dat Gods goedertierenheden in alle eeuwigheid zijn, dat onze ontrouw Gods trouw niet te niet maakt. Ja dan eerst ervaren wij de kracht van dat woord van den Heer: »Die in mij gelooft zal leven, al ware hij gestorven", terwijl de onreine ziel met ontzetting de waarheid van het lied gevoelen zal: »Waar zou ik heengaan voor uwen Geest: waar zou ik vlieden ?van uw aangezicht; zoo ik opvoer ten hemel, gij zijt daar, of bedde ik mij in de hel, zie, gij zijt daar; ook daar zou uw rechte hand mij houden. Ps. 139.

"Wij leeren nu dat, gelijk aan den rijken man in zijn pijn het tafereel van de zaligen voor een oogenblik zichtbaar werd, zulke visioenen niet ten doel hebben hem nog meer te pijnigen, maar wel hem tot nadenken te brengen, en op te wekken om op te staan en tot God te smeeken, bij wien alleen hulp te vinden is.

Vóór 2000 jaren kon men daarin berusten dat de rijke man eeuw in eeuw uit vergeefs zou blijven smachten, thans weten wij dat de zalige Lazarussen niets liever doen dan de onzaligen te gaan hèlpèn en vertroosten, zoodra hunne smarten het doel bereikt hebben en zij tot ware boete zijn gekomen.

Ja, het zijn juist de slachtoffers van wreede bejegening, die het van God als een gunst verkrijgen om de redders van hun vijanden te worden.

Hoe weet men dit, vragen de leeraars en wij antwoorden: »Zijt gij een leeraar en weet gij deze dingen niet, die onder ons volle zekerheid hebben?"

Kunnen die boetvaardigen dan terstond in de hoogste hemelen ingaan ? Geenszins, zij zijn daar onvatbaar voor; zij komen in de sfeer der terechtbrenging en der genezing. Thans zeggen wij met allen nadruk: »Zoo is er dan geen verdoemenis meer" voor elk die de liefde Gods verstaat en die den Geest van Christus heeft.

"Wij weten dat hel en hemel niet zoo zeer plaatsen als wel toestanden zijn en dat de rampzaligen zeiven hun hel geschapen hadden, omdat er een hel in hen was.

Voelt gij niet dat over deze nieuwere openbaring de adem der

Sluiten