Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staan. Wie is de leugenaar, zoo vraagt hij iets later (vs. 22), dan die loochent, dat Jezus is de Christus? Deze is de antichrist, die den Vader en den Zoon loochent. In verband met hetgeen hij verder zegt over het blijven van God in degenen, die in Jezus gelooven en in de liefde wandelen, zegt hij daarna (4:1): Geliefden, gelooft niet iederen geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn, want vele valsche profeten zijn uitgegaan in de wereld. Hieraan kent gij den Geest Gods: iedere geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vleesch gekomen is, of die Jezus Christus belijdt als in het vleesch gekomen, is uit God, en iedere geest, die Jezus niet belijdt, — zoo' heeft Johannes eigenlijk geschreven, — die is niet uit God. En dit is de geest van den antichrist' die gij gehoord hebt dat komen zou en die nu reeds in de wereld is. Zoo waarschuwt hij de Christenen tegen hen, die in Jezus van Nazareth niet den van God gezonden Messias, in den op aarde verschenen Christus niet den Zoon van God erkenden. Met het oog op hen verklaart hij (4:15): die belijdt, dat Jezus de Zoon van God is,God blijft in hem en hij in God; (5:1) ieder, die gelooft, dat Jezus de Christus is, die is uit God geboren. Wij laten deze dwaalleeraars, tegen welke Johannes zijne stem verhief, nu rusten. Daar zij niet als openlijke bestrijders van het Christendom optraden, noch van buiten kwamen, maar uit den boezem der gemeente verrezen en iets anders scheven te bedoelen dan de strekking hunner leer bewerkte, waren zij bijzonder gevaarlijk. Te regt schreef de Apostel dan ook: gelooft niet iederen geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn. Bekend is het woord van Paulus, dat de Heer Jezus aan de gemeente gegeven heeft sommigen tot apostelen, anderen tot profeten, anderen tot evangelisten, anderen tot herders en leeraars. Wat kenmerkte hen, die in de eerste dagen der Christelijke kerk als profeten in de gemeente opstonden, wat

Sluiten