Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

herinnerd, dat wij ons als vijanden van God moeten beschouwen, zoolang wij ons niet met opregt berouw voor hem hebben verootmoedigd en niet in den gekruisigden Christus de vergeving onzer zonden hebben aangenomen? Wat getuigt de geest, die binnen in u is, als er van Jezus Christus wordt gezegd, dat hij de Behouder van zondaren is, en daarbij wordt herinnerd, dat wij, hoe regtvaardig wij ook schijnen mogen in onze eio-ene oogen, onmogelijk behouden kunnen worden, tenzij door een opregt en hartelijk geloof in hem? Is de geest, die in u is, de geest des ootmoeds of des hoogmoeds, de geest der opregtheid of des zelfbedrogs, de geest der eenvoudigheid of des eigenwaans? Ergert zich de geest, die in u is, aan hetgeen God verheerlijkt, terwijl het den zondaar vernedert, aan hetgeen den zondaar als schuldig doet verschijnen en God als heilig? Stemt de geest, die in u is, toe, wat zich aan uw geweten als waarheid bekend maakt, of wordt hij verbitterd, als uwe consciëntie door een pijl van den boog der waarheid geraakt is? Gelooft niet eiken geest, ook niet, al denkt hij eenstemmig met den geest, die in u is; maar beproeft de geesten, ook die gij toejuicht, of zij uit God zijn. Gij hebt er belang bij, God te behagen. Gij behaagt hem niet, als gij verwerpt wat uit hem is. Gij hebt er belang bij, Gods woord aan te nemen. Gij zult GodB woord niet aannemen, als gij hem niet welbehagelijk wilt zijn. Indien gij hem behagen wilt, gehoorzaamt de waarheid, dient de geregtigheid. Die in Jezus gelooft, doet zoowel het laakte als het eerste. Deze is zichzelven ten zegen. Deze heeft ook den eenigen waren troost in leven en in sterven. Is die troost de uwe? Zoo gij hem wenscht te leeren kennen — opent den Heidelbergschen Catechismus.

Ook hierbij hebt gij belang, bij het onderzoek, of gij den Heidelbergschen Catechismus vertrouwen kunt. Niet bij'al wat daarin gezegd wordt hebt gij even groot belang. De vraag is, wat regtstreeks met uwe zaligheid, met den weg des heils

Sluiten