Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij ons in den geest beriepen op de Synode zelve, welke wij hoopten, dat zij, der zake kundig, een oordeel zou doen hooren, hetwelk met de geschiedenis zou overeenstemmen; maar ook dit is niet gebeurd. De Synode heeft, en nog wel met algemeene stemmen, met uitzondering van twee prae-adviseurs, haar goedachten uitgesproken j dat naar onze overtuiging niets anders is dan de bestendiging van eene eerst onwillekeurig, en nu opzettelijk ingevoerde wetsverkrachting.

Wij zijn verplicht aan- diegenen onzer lezers, die, helaas! zich te weinig op de hoogte stellen van wat er in de Kerk geschiedt, ons verschil met.de Synode eerst duidelijker op te geven.

Men wete alzoo, dat in onze Kerk de wetgevende macht berust bij de Synode (Alg. Regl art. 61). Wij hebben op dezen oogeublik nu niet dadelijk te maken, met de zeer bedenkelijke zaak, dat diezelfde Synode ook is de hoogste rechtbank en bestuurderes; want wij vergeten het niet, dat ditzelfde artikel 61 er bijvoegt, dat dit zoo is, „onder de verschillende waarborgen in dit Algemeen Reglement en in bijzondere Reglementen vastgesteld. En wij stemmen het toe, dat deze waarborgen de drievoudige macht der zoozeer elk jaar veranderende Synoden genoegzaam kunnen begrenzen, om, indien de Synode deze waarborgen eerbiedigt, geen te gro >t misbruik van macht te kunnen maken. Doch iets anders wordt het, indien zij deze waarborgen verzwakt of schendt, gelijk de Synode van 1870 nu zelfs met algemeene stemmen gedaan heeft.

Deze beschuldiging zuilen wij bewijzen.

Om eenige bepaling tot wet te kunnen maken .moet de Synode den navolgenden weg inslaap.: „Zoodra eenige

Sluiten