Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bijzonderheden 1). Van deze neemt de Synode alsdan kennis, en maakt er een gebruik van naar eigen oordeel, om het daarna, alzoo veranderd of niet veranderd, maar altijd andermaal op te zenden, opdat de Provinciale Kerkbesturen ■ daarna volgens hunne bevoegdheid zouden kunnen handelen, door het eerst vastgestelde, en daarna in bijzonderheden wellicht veranderde aan te nemen of te verwerpen.

Zoo luidt de wet. Maar wat is er gebeurd? Toen de behandeling van de door de Synode van 1869 eenmaal voorloopig vastgestelde "reglementsverandering over het toezicht der kerkeraden omtrent de handhaving der Doopsformule aan de orde was, bleek het den ondergeteekende door het onderzoek van het kerkrechtelijke karakter dezer vraag, dat de groote meerderheid onzer kerk allengs onbewust op een standpunt gekomen was, dat met de wet streed. Hij gaf deze zijne meening in de Kerkelijke Courant aan de algemeene overweging over, en is nu - niet alleen door de zijns inziens geheel onkerkrechtelijke beweeringen van de onderscheidene bestrijders in zïjnè meening bevestigd, maar is zelfs nu uit de Hande-» lingen der Synode van de jaren, in welke onze wetgeving is tot stand gekomen, zóó zeer overtuigd geworden van de juistheid zijner zienswijze, dat hij zich verplicht acht de geschiedenis van het genoemde artikel 62 aan de vaderlandsche Kerk mede te deelen, opdat blijke, dat de S\ noden van de laatste jaren meermalen de wet hebben geschonden, en dat deze daad' nu door de Synode van 1870 dreigt bestendigd te worden, indien niet in het volgende jaar deze fout ten spoedigste en loyaal wordt hersteld.

') Gelijk de Heer H. M. C. van Oosterzee in zgn werk d e N e d e rlaadsche Hervormde Kerk, blz. H7, zeer terecht in 186'1 zeide: van die consideratiën maakt de Synode tot nadere redact ie gebruik." En dus niet tot intrekking.

Sluiten