Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onze lezers houden evenwel twee opmerkingen in het oog : 1°. Dat onze strijd tegen de handeling van de Synode van- 1870 niet vroeger is begonnen, vindt alleen daarin de verklaring, dat wij voor ons zelve nooit lust gehad hebben, qm elke daad der Synode kerkrechtelijk te onderzoeken. In zeer vele gevallen, ja doorgaans laat zich eene meer of minder ingeslopen onregelmatigheid niet gevoelen. Maar thans was het iets anders. De strijdvraag over de doopsformule, welke naar onze overtuiging slechts het praeludium was en is van eene gansche reeks van operatiën, Welke de moderne richting op het lichaam der Christelijke kerk zal gaan beproeven, om de Kerk in eene zuiver humanitaire vereeniging te doen opgaan, was zoo ingrijpend juist in het kerkrechtelijk leven, dat wij als van zelve tot het onderzoek der wet werden genoodzaakt Zoo — en zoo alleen — kwamen wij, niet tot „de uitvinding" van een geheel willekeurig „opgeworpen incident," gelijk de Hoogleeraar Prins het geliefde te noemen'), maar tot de ontdekking, dat de Synode allengs gekomen is op een verkeerden weg.

2°. Verre van ons, dat wij zouden denken aan partijdige bedoeling bij de vorige Synoden. Neen,' wat wij uit de geschiedenis van de wording van art. 62 zullen aantoonen, zal bewijzen, dat de geboorte en de aanleiding van de tegenwoordige redactie, van hetzelve, door de zoo afwisselende personen der Synoden eerst is over het hoofd gezien, allengs tot gewoonte geworden, en alzoo alleen uit onbekendheid met de kerkrechtelijke zijde der vraag dreigt algemeen erkend te worden. En dit alleen is de fout der Synode van 1870 dat zij, uit deze onbekendheid, de letter der wet heeft losgerukt van hare geboorte; — dat zij haar eigen meening

') Kerkelijke Courant 27 Augustus 1870.

Sluiten