Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitgave gevorderd, welke van /'6,467.Ï0 in 1^45 tot ƒ12,318.855 in 1850 was geklommen.

Goede raad was duur. De klassikale kas kon om finantieële, de regeering om andere redenen niet in die behoeften voorzien; de duur der Synode moest weder tot vorige kortheid worden teruggebracht. „Hiertoe ') moeten evenwel krachtige doortastende maatregelen worden genomen; want dezelfde reden, welke ze in de laatste vier jaren zoo verlengde, het maken van vele reglementen, zal ze nog vele jaren zeer lang doen worden, t e n z ij men iri den gang der zaken verandering b r e n g e. Te meer kannen wij hiertoe eenige voorslagen doen, daar vele leden der laatst gehoudene Synode zich bitter beklaagden, zóólang van hnisgezin t n dagelijksch werk verwijderd te zijn, en dringend eene voorziening hiertegen hebben verzocht."

De Synodale Commissie bracht nu vier opmerkingen ter sprake, van welke de vierde geheel de verdediging bevat van de letter van artikel 62. *).

„Eene vierde zaak is deze, dat de vergaderingen vooral ook daarom van zeer langen duur blijven, dewijl vele reglementen telken jare op nieuw in behandeling komen, en er dus in vele jaren weinige reglementen worden afgedaan. Men lette eens op het herzien reglement op het godsdienstig onderwijs.. In 1844 ter Synodale tafel gebragt, is het toen, in 1845 en in 1846 besproken, en eindelijk in 1847 eerst vastgesteld. Men denke aan het Algemeen Eeglement voor het Bestuur. In 1817 werd het voorstel ter herziening gedaan en aangenomen.

') Zoo sprak de Synodale Commissie, wier woorden wij zoo objectief mogelijk zullen mededeelen. Zij zullen de bewijzen leveren, hoezeer de latere Synoden de moeielijkheden van 1851 vergeten hebben, en hoe de Synode van 1870 weder den afgekeurden weg heeft willen bestendigen.

*) Syn. Hand. 1851, bl, 64. v, v.

Sluiten